Vindplaatsen van het woord ahio in het oude testament (5 verzen):

2 Samuël 6:3
En zij voerden de ark Gods op een nieuwen wagen, en haalden ze uit het huis van Abinadab, dat op een heuvel is; en Uza en Ahio, zonen van Abinadab, leidden den nieuwen wagen.

2 Samuël 6:4
Toen zij hem nu uit het huis van Abinadab, dat op den heuvel is, met de ark Gods, wegvoerden, zo ging Ahio voor de ark henen.

1 Kronieken 8:31
En Gedor, en Ahio, en Zecher.

1 Kronieken 9:37
En Gedor, en Ahio, en Zacharja, en Mikloth.

1 Kronieken 13:7
En zij voerden de ark Gods op een nieuwen wagen uit het huis van Abinadab. Uza nu en Ahio leidden den wagen.