Vindplaatsen van het woord babyloniërs in de apocriefe geschriften (4 verzen):

Baruch 6:1
OM der zonden wil waarmee gij gezondigd hebt tegen God, zult gij van Nabuchodonosor, de koning der Babyloniërs, naar Babel gevankelijk weggevoerd worden.

Bel en de draak (Dan. 14) 1:2
De Babyloniërs hadden een afgod, die genoemd was Bel; aan deze werden alle dagen ten koste gelegd twaalf schepel meel, en veertig schapen, en zes metreten wijn.

Bel en de draak (Dan. 14) 1:22
En in die plaats was een grote draak, en de Babyloniërs aanbaden hem.

Bel en de draak (Dan. 14) 1:27
En het geschiedde, als de Babyloniërs zulks hoorden, dat zij het zeer kwalijk namen, en maakten een oploop tegen de koning, en zeiden: Onze koning is een Jood geworden, hij heeft Bel verstoord, en de draak gedood, en de priesters heeft hij omgebracht.