Vindplaatsen van het woord bestaan in de apocriefe geschriften (12 verzen):

3 Ezra 8:91
Zie, wij zijn nu voor u in onze misdaden: want wij kunnen om dezer wil niet langer voor u bestaan.

4 Ezra 7:34
Het recht nu zal allen overblijven; de waarheid zal bestaan, en het geloof zal sterk worden.

Judith 6:4
En hun bergen zullen dronken worden in hun bloed, en hun vlakke velden zullen vervuld worden met hun doden, en niet een voetstap hunner voeten zal bestaan voor ons aanschijn, maar zij zullen ganselijk omkomen. Zo zegt Nabuchodonosor, de heer des gehelen aardrijks, want hij heeft het gezegd, en de woorden zijner rede zullen niet ijdel zijn.

Judith 7:4
De kinderen Israëls nu als zij hun menigte zagen, werden zeer ontroerd, en de een zeide tot de ander: Deze zullen nu het aanschijn van het gehele land opslikken, en noch de hoge bergen, noch de dalen, noch de heuvelen zullen onder deze last kunnen bestaan.

Jezus Sirach 22:22
Zo kan een bevreesd hart in de gedachte van de dwaas tegen geen vrees bestaan.

Jezus Sirach 40:11
Alle geschenk en ongerechtigheid zal uitgedelgd worden, maar geloof zal in eeuwigheid bestaan.

Jezus Sirach 43:3
Als zij op de middag is, verdroogt zij het land, en wie zal tegen haar hitte bestaan?

Jezus Sirach 43:28
Door hem is zijn bode voorspoedig, en door zijn woord bestaan al die dingen.

1 Makkabeeën 3:53
Hoe zullen wij kunnen bestaan voor hun aangezicht, zo gij ons niet helpt?

1 Makkabeeën 5:40
En Timotheüs zeide tot de oversten van zijn krijgsvolk, toen Judas naderde, en zijn leger bij de beek des waters: Indien hij eerst zal overkomen tot ons, zo zullen wij tegen hem niet kunnen bestaan, want hij zal veel machtiger zijn dan wij.

1 Makkabeeën 5:44
En zij namen de stad in, en zij staken het bos in brand, en verbrandden het met vuur, met allen die daarin waren. En de stad Karnaïn werd omgekeerd, en zij konden niet meer bestaan voor het aangezicht van Judas.

1 Makkabeeën 10:73
En nu, gij zult niet kunnen bestaan tegen de ruiterij, en een zo grote krijgsmacht, in dit vlakke veld, waar geen steen, noch rots, noch plaats is om te vlieden.