Vindplaatsen van het woord buiten in de apocriefe geschriften (21 verzen):

4 Ezra 4:11
Hoe zoudt dan gij kunnen bevatten de weg des allerhoogsten; en zo de wereld van buiten verdorven is, hoe zoudt gij verstaan de verdorvenheid die openbaar is voor mij?

4 Ezra 4:34
Toen antwoordde hij, en zeide tot mij: Haast u niet om over de Allerhoogste te zijn; want gij haast u tevergeefs om over hem te zijn, en gij gaat u veel te buiten.

Tobias (Tobit) 10:7
Maar zij zeide tot hem: Zwijg gij stil en bedrieg mij niet, mijn kind is omgekomen; en zij ging alle dagen buiten op de weg, waarlangs hij vertrokken was.

Judith 5:4
En waarom zij mij de rug toegekeerd hebben, dat zij mij niet zijn tegemoet gekomen, buiten al degenen die in het westen wonen.

Judith 6:8
En zijn knechten grepen hem, en brachten hem buiten het leger in het vlakke veld, en trokken van het midden des vlakken velds naar het gebergte, en kwamen tot aan de fonteinen, die onder Bethulië waren; en als de mannen der stad hen op de spits des bergs zagen, namen zij hun wapenen en trokken buiten de stad naar de spits des bergs toe, en allen die met de slinger wierpen beletten hun opkomst, en wierpen op hen met stenen.

Judith 10:16
Wanneer gij nu voor hem staat, zo zijt niet bevreesd in uw hart, maar boodschap hem naar uw woorden, en hij zal u weldoen. En zij verkozen uit zich honderd mannen, en voegden die bij haar en haar maagd, en die brachten haar aan de tent van Holofernes, en daar kwam een oploop door het gehele leger, want haar aankomst werd ruchtbaar door de tenten. En zij kwamen en omringden haar, gelijk zij stond buiten de tent van Holofernes, totdat zij hem de boodschap van haar gedaan hadden. En zij waren verwonderd over haar schoonheid, en zij verwonderden zich over de kinderen Israëls om harentwil, en de een zeide tot de ander: Wie zou dit volk kunnen verachten, dat zodanige vrouwen onder zich heeft; daarom is het niet goed dat één man van hen overblijve, welke overgelaten zijnde het gehele land door listigheid zou kunnen bedriegen.

Judith 13:1
EN als het laat geworden was, zo haastten zich zijn dienstknechten om te scheiden, Bagoas sloot de tent van buiten toe, en deed van zich gaan allen, die voor zijn heer stonden.

Judith 13:4
Judith nu had haar dienstmaagd bevolen, dat zij buiten haar slaapkamer zou staan, en haar uitgang waarnemen, gelijk dagelijks geschied was. Want zij zeide, dat zij uitgaan zou tot haar gebed, en zij had met Bagoas dergelijke woorden gesproken; en zij gingen allen weg van haar aanschijn, en daar werd niemand, noch klein noch groot, in de slaapkamer gelaten.

Judith 14:2
En wanneer de morgenstond zal aanlichten, en de zon op aarde opgaan, zo zal een iegelijk van u zijn krijgsuitrusting nemen, en gij allen, die kloeke mannen zijt, zult uitgaan buiten de stad, en zult een overste stellen tegen hen, als of gij wildet nederdalen in het veld, tegen de eerste wacht der kinderen van Assur, maar gij zult niet henen afgaan.

Jezus Sirach 21:26
De onwijze zal over de deur in het huis kijken, maar een man die wel opgevoed is, zal buiten blijven staan.

Jezus Sirach 32:5
Waar men toeluistert, giet daar uw rede niet uit, en zijt niet wijs buiten tijds.

Baruch 2:23
Zo zal ik maken, dat uit de steden van Juda en buiten Jeruzalem ophoude de stem der vreugde, en de stem der blijdschap, de stem van de bruidegom, en de stem der bruid, en het gehele land zal woest worden van inwoners.

Bel en de draak (Dan. 14) 1:6
Maar Daniël lachte en zeide: Laat u niet verleiden, o koning; want deze Bel is van binnen leem, maar van buiten koper, en hij heeft nooit gegeten noch gedronken.

1 Makkabeeën 5:47
Zo sloten die van de stad hen buiten,

1 Makkabeeën 15:30
Nu dan geeft weder over de steden, die gij ingenomen hebt, en de tollen van de plaatsen, die gij vermeesterd hebt op de grenzen, die buiten Judea zijn.

2 Makkabeeën 1:16
En Antiochus ging in, en zij openden een geheime deur des gewelfs, en werpende met stenen, doodden zij als door een bliksem de overste met de zijnen, en ontleedden hen, en hun hoofden afgehouwen hebbende, wierpen die tot degenen die buiten waren.

2 Makkabeeën 9:24
Opdat zo daar iets, buiten verwachting zou mogen gebeuren, of ook enige zwarigheid mocht geboodschapt worden, de inwoners van het land mochten weten, wie de zaken van het rijk gelaten zijn, en zij niet ontroerd worden.

2 Makkabeeën 11:23
Nadat onze vader tot de goden opgenomen is, wij willende dat degenen, die in ons koninkrijk zijn, buiten alle beroerten hun eigen zaken mogen verzorgen;

2 Makkabeeën 11:25
Zo is het, dat wij goedgevonden hebben dat dit volk ook buiten de beroerte zal zijn, en bevelen, dat hun de tempel zal worden wedergegeven, en dat zij voortaan wandelen mogen naar de gebruiken hunner voorouders.

3 Makkabeeën 4:9
Als nu dezen in dat voormelde schip gebracht waren, en het overvoeren voltrokken was, gelijkerwijs het door de koning was geboden, zo heeft hij gelast dat zij hen zouden legeren op het rijveld voor de stad, zijnde groot in omvang, en bovenmate wel gelegen voor degenen, die daar voorbij naar de stad kwamen, en voor degenen onder hen, die buiten naar het land reisden om dit voorbeeld der straf te zien; opdat zij noch met zijn krijgsvolk gemeenschap zouden hebben noch enigszins waardig geacht der stadsmuren.

3 Makkabeeën 7:6
En wij hebben een ieder gelast, en gelasten dat zij tot al het hunne mogen wederkeren, en dat niemand in enige plaats hun enigszins leed doe, noch iets verwijte over hetgeen hun buiten recht en reden wedervaren is.