Vindplaatsen van het woord beroerd in de apocriefe geschriften (12 verzen):
4 Ezra 6:36
En aan de achtste nacht, werd mijn hart weder in mij beroerd, en ik begon te spreken voor de Allerhoogste;
4 Ezra 7:15
Nu dan, waarom zijt gij bekommerd, dewijl gij verderfelijk zijt? en waarom zijt gij beroerd, dewijl gij sterfelijk zijt?
4 Ezra 9:27
En het is geschied na zeven dagen, dat ik nederzat op het gras, en mijn hart werd weder beroerd als tevoren.
4 Ezra 10:39
Hij heeft gezien dat uw weg recht is, want gij waart zonder ophouden beroerd over uw volk, en waart zeer treurig over Sion.
4 Ezra 15:18
Want vanwege hun hovaardij zullen de steden beroerd worden, de huizen zullen verstoord worden, en de mensen zullen vrezen.
Judith 14:16
Als nu de oversten van het leger der Assyriërs deze woorden hoorden, zo scheurden zij hun klederen, en hun ziel werd zeer beroerd.
Boek der Wijsheid 5:2
En zij dat ziende, zullen met zware vrees beroerd worden, en zullen zich ontzetten over deze onvermeende zaligheid.
Boek der Wijsheid 17:3
Want menende te schuilen in hun heimelijke zonden, onder een donker deksel der vergetelheid, zo werden zij verstrooid, schrikkelijk verbaasd, door spokerijen zeer beroerd zijnde.
Esther (apocr.) 11:7
En al het rechtvaardige volk werd beroerd, vrezende hun ongeval, en zij bereidden zich om te sterven.
Esther (apocr.) 15:11
En zij zeide tot hem: Ik zag u aan, heer, als een engel Gods, en mijn hart werd beroerd uit vrees uwer heerlijkheid;
Esther (apocr.) 15:14
En de koning werd beroerd, en al zijn dienaren troostten haar.
1 Makkabeeën 3:6
Zodat de goddelozen uit vrees voor hem zich introkken, en dat alle werkers der ongerechtigheid tezamen beroerd werden, en dat het welging met de behoudenis door zijn hand.
Statenvertaling on line - bijbel en kunst