Vindplaatsen van het woord besmet in de apocriefe geschriften (6 verzen):
Boek der Wijsheid 7:25
Want zij is een damp der kracht Gods, en een zuivere uitvloeiing der heerlijkheid van de almachtige, daarom valt in haar niets dat besmet is.
Jezus Sirach 13:1
DIE pek aanroert, wordt daarmede besmet, en die met de hovaardige gemeenschap heeft, wordt hem gelijk.
Jezus Sirach 21:31
Een oorblazer besmet zijn eigen ziel, en waar hij ook zou mogen gaan wonen, daar zal hij gehaat worden.
Jezus Sirach 40:29
Een man die naar een vreemde tafel ziet, diens leven is voor geen leven te rekenen; hij besmet zijn ziel met vreemde spijzen.
1 Makkabeeën 4:45
Zo is hun een goede raad ingevallen, om het weg te nemen, opdat hij hun niet tot smaadheid worde, daar de heidenen dat besmet hadden, en zij namen dit altaar weg;
2 Makkabeeën 14:3
En een zekere Alcimus, die tevoren hogepriester was geweest, en zichzelf vrijwillig besmet had in de tijden der vermenging, overleggende dat voor hem in generlei wijze behoud was, en dat hij geen toegang meer zou mogen hebben tot het heilig altaar,
Statenvertaling on line - bijbel en kunst