Vindplaatsen van het woord broden in de apocriefe geschriften (6 verzen):

3 Ezra 1:10
En als deze dingen naar behoren geschiedden, zo stonden de priesters en Levieten, hebbende de ongehevelde broden naar hun stammen, en naar de verdeling van de oversten der vaderen, voor het volk,

3 Ezra 1:19
En de kinderen Israëls, die daar op die tijd gevonden werden, hielden het Pascha, en het feest der ongehevelde broden, zeven dagen lang.

3 Ezra 7:14
En zij hielden het feest der ongezuurde broden zeven dagen lang, zich verheugende voor de Here;

Tobias (Tobit) 1:11
Zo hebben al mijn broeders, en die van mijn geslacht waren, gegeten van de broden der heidenen,

Judith 10:5
En zij gaf haar dienstmaagd een lederen fles met wijn, en een kruik met olie, en vulde een male met meel, en met vijgen, en reine broden, en bond al haar vaten om en om, en legde ze deze op.

1 Makkabeeën 4:51
En zij zetten broden op de tafel, en hingen de voorhangsels op, en volbrachten al deze werken, die zij waren begonnen te maken.