Vindplaatsen van het woord bereid in de apocriefe geschriften (40 verzen):

3 Ezra 9:42
En Ezra, de priester en leermeester der wet, stond op een houten verheven stoel, die daartoe bereid was.

4 Ezra 2:11
En ik wil hun heerlijkheid tot mij nemen, en zal hun de eeuwige tabernakelen geven, die ik genen bereid had.

4 Ezra 2:13
Gaat henen, zo zult gij het ontvangen; bidt voor u, dat het maar weinige dagen vertoeve; het koninkrijk is nu voor u bereid; waakt!

4 Ezra 2:18
Ik zal u mijn knechten Jesaja en Jeremia tot een hulp zenden: naar wier raad ik voor u geheiligd en bereid heb twaalf bomen met verscheidene vruchten beladen;

4 Ezra 2:35
Zijt bereid voor de beloning des koninkrijks, want een altijddurend licht zal over u lichten in alle eeuwigheid.

4 Ezra 5:28
En nu Here, waarom hebt gij dit enige volk aan velen over gegeven? en hebt boven die wortel andere bereid, en hebt het enige, dat uw is, onder velen verstrooid?

4 Ezra 8:52
Want ulieden is het paradijs geopend, de boom des levens geplant, de toekomende tijd bereid, de overvloed toebereid, de stad gebouwd, de rust beproefd, de goedheid volmaakt, en de wijsheid voltrokken.

4 Ezra 8:60
Maar ook zij, die geschapen zijn, hebben de naam bevlekt desgenen die hen gemaakt heeft, en zijn ondankbaar geweest tegen die, die hun het leven bereid had.

4 Ezra 13:11
En het viel met geweld over de menigte, die bereid was om te strijden, en verbrandde hen allen, zodat van de ontelbare menigte weldra niets werd gezien, dan alleen stof, en sterk riekende rook; en ik zag het, en werd verschrikt.

4 Ezra 13:36
Sion nu zal komen, en het zal bereid en opgebouwd aan allen vertoond worden, gelijk gij gezien hebt, dat de berg zonder handen werd uitgehouwen.

4 Ezra 14:24
Maar gij, bereid u veel busbomen tafelkens, en neem met u Sareas, Dabreas, Salemias, Echanus, en Asiël, deze vijf, welke bereid zijn om snel te schrijven;

Tobias (Tobit) 2:2
Op het feest van Pinksteren, hetwelk is het heilig feest der zeven weken, zo werd mij een goed middagmaal bereid, en ik was aangezeten om te eten, en zag veel spijs, en zeide tot mijn zoon: Ga heen, en breng mede wie gij vinden zult van onze broederen, die gebrek heeft en des Heren gedenkt, en ziet, ik zal op u wachten.

Tobias (Tobit) 6:22
En vrees niet, dewijl deze u is bereid van der eeuwigheid, en gij zult haar behouden, en zij zal met u trekken, en ik zeg u, dat u kinderen uit haar zullen geworden.

Tobias (Tobit) 7:18
Daarna riep Raguël zijn vrouw Edna, en zeide tot haar: Zuster, bereid de andere kamer, en breng hen daarin.

Judith 9:5
Want al uw wegen zijn bereid, en uw oordeel is u tevoren bekend.

Judith 12:19
En zij nam, en at, en dronk voor hem, hetgeen haar dienstmaagd bereid had.

Boek der Wijsheid 9:2
En de mens door uw wijsheid hebt bereid, opdat hij zou heersen over de schepselen die van u gemaakt zijn,

Boek der Wijsheid 9:8
Gij hebt gezegd, dat ik een tempel op uw heilige berg zou bouwen, en een altaar in de stad uwer woning, naar de gelijkheid van de heiilge tabernakel, welke gij tevoren van den beginne bereid hadt.

Boek der Wijsheid 15:16
Want een mens heeft hen gemaakt, en die de adem in leen ontvangen heeft, die heeft hen bereid; want geen mens kan een god maken die Hem gelijk is.

Jezus Sirach 2:1
MIJN kind, indien gij komt om de Here te dienen, zo bereid uw ziel tot aanvechting.

Jezus Sirach 18:20
Eer gij geoordeeld wordt, bereid uzelf tot weldoen, en gij zult verzoening vinden in de ure der bezoeking.

Jezus Sirach 18:23
Bereid uzelf eer gij uw gelofte doet, en wees niet gelijk een die de Here verzoekt.

Jezus Sirach 29:30
Namelijk, inwoner ga heen, bereid de tafel, en zo gij wat hebt, spijs mij.

Jezus Sirach 33:4
Gelijk de vraag klaar is, zo bereid de rede, en zo zult gij gehoord worden; bind de onderwijzing tezamen en antwoord dan.

Jezus Sirach 51:4
Gij hebt mij verlost naar de menigte der barmhartigheid van uw naam, uit de tanden die bereid waren om mij te verslinden;

Baruch 3:32
Maar die alle dingen weet, die kent haar; hij heeft haar gevonden door zijn vernuft, die de aarde bereid heeft tot een eeuwige tijd, die ze vervuld heeft met viervoetige gedierten.

Esther (apocr.) 11:4
Ziet daar was een stem van gedruis en donderslagen, en aardbeving en beroering op de aarde; en ziet twee grote draken kwamen beide voort, bereid om te strijden, en hun stem werd groot.

Esther (apocr.) 11:5
En door hun stem werden alle volken ten krijg bereid, om het volk der rechtvaardigen te beoorlogen;

1 Makkabeeën 4:35
Lysias nu, ziende de vlucht van zijn slagorden, en de stoutheid van Judas' leger, die getoond was, en hoe bereid de Joden waren om eerlijk of te leven of te sterven, trok op naar Antiochië, nam vreemd volk aan, en zijn leger, dat hij had, vermeerd hebbende, besloot hij, weder gesterkt zijnde, in Judea te komen.

1 Makkabeeën 12:50
Maar zij, verstaan hebbende, dat hij gegrepen en omgekomen was, en die met hem waren, zo vermaanden zij elkander, en zij trokken dicht aaneengesloten, bereid om te strijden.

1 Makkabeeën 13:37
De gouden kroon, en het bruine purperen kleed, die gij mij gezonden hebt, hebben wij ontvangen; en wij zijn bereid om met u te maken een grote vrede, en te schrijven aan degenen, die over de schattingen gesteld zijn, dat zij u vrijdom verlenen.

1 Makkabeeën 15:7
Dat Jeruzalem, en het heiligdom zullen vrij zijn, en al de wapenen, die gij bereid hebt, en de sterkten, die gij gebouwd en die gij nu hebt, die zullen uwe blijven.

2 Makkabeeën 7:2
En een hunner, die voor de anderen sprak, zeide aldus: Wat wilt gij ons vragen, en van ons weten? want wij zijn bereid liever te sterven, dan de wetten onzer vaderen te overtreden.

2 Makkabeeën 8:21
Waarmee hij hen stoutmoedig gemaakt hebbende, en bereid om voor de wetten en het vaderland te sterven,

2 Makkabeeën 11:9
En allen prezen de barmhartige God eendrachtig, en werden in hun zielen zeer gesterkt, bereid zijnde niet alleen de mensen, maar ook de allerwildste dieren, en ijzeren muren te doorsteken.

3 Makkabeeën 5:4
Doch de Joden, die voor de heidenen van alle hulp schenen ontbloot te zijn, omdat zij alom met banden en benauwdheid omvangen waren, hebben allen de almachtige Here, en de heerser over alle macht, hun barmhartige God en Vader, met tranen, zonder ophouden met hun stemmen aangeroepen, biddende dat hij de goddeloze raad tegen hen genomen wilde afkeren, en hen uit de dood, die voor hun voeten bereid was, met een heerlijke verschijning verlossen.

3 Makkabeeën 5:13
Maar zeide hij: Bereid zonder oponthoud op gelijke wijze tegen de volgende dag de olifanten tot het verderf der gruwelijke Joden.

3 Makkabeeën 5:19
Hermon en al de vrienden toonden hem en zeiden: O koning, de grote beesten en het heer, zijn naar uw heftig voornemen, bereid.

3 Makkabeeën 5:21
Zo vele ouders, of kindskinderen als er bij mij komen zullen, die zullen zichzelf voor de wrede beesten tot een overvloedige spijs bereid hebben, en slaan inplaats van de onschuldige Joden, die hun gestadige en standvastige trouw aan mij, en mijn voorouders, uitnemend bewezen hebben; hoewel (indien ik het niet liet om de liefde van dat wij tezamen opgevoed zijn, en om uw dienst) gij Hermon in hun plaats van uw leven nul behoort beroofd te worden.

3 Makkabeeën 6:28
Toen hielden zij (die tevoren versmaadheid leden, en nabij het graf, ja veel meer daarin gegaan waren), in plaats van een bittere en zeer beklagelijke dood te sterven, een maaltijd des behouds, en vervuld met blijdschap, deelden zij de plaats af, die hun ten val en ten grave bereid was, in verscheidene gezelschappen.