Vindplaatsen van het woord belachen in het oude testament (3 verzen):

Psalmen 59:9
Maar Gij, HEERE! zult hen belachen; Gij zult alle heidenen bespotten.

Jeremia 20:7
HEERE! Gij hebt mij overreed, en ik ben overreed geworden; Gij zijt mij te sterk geweest, en hebt overmocht; ik ben den gansen dag tot een belachen, een ieder van hen bespot mij.

Habakuk 1:10
En hij zal de koningen beschimpen, en de prinsen zullen hem een belaching zijn; hij zal alle vesting belachen; want hij zal stof vergaderen, en hij zal ze innemen.