Vindplaatsen van het woord bitter in de apocriefe geschriften (4 verzen):

Jezus Sirach 38:17
Ween bitter, en wees vurig in het geklag;

Jezus Sirach 41:1
O dood, hoe bitter is de gedachtenis van u, voor een mens, die in vrede leeft bij zijn goederen.

3 Makkabeeën 4:4
Want zo werden zij met een bitter en onbarmhartig gemoed door de stadhouders in de steden tegelijk weggezonden, dat ook sommigen van de vijanden, die om de ongewone straffen voor ogen namen de algemene barmhartigheid, en bedachten de onzekere verandering van dit leven, hun zeer ellendige wegzending beweenden.

3 Makkabeeën 5:11
Als nu het gesprek meer en meer voortging, zo riep de koning Hermon tot zich; en hij vroeg hem met een bitter dreigement, waarom men de Joden die dag nog in het leven had gelaten.