Vindplaatsen van het woord boze in de apocriefe geschriften (43 verzen):

3 Ezra 8:87
Doch al hetgeen ons overkomt, geschiedt vanwege onze boze werken en onze grote zonden.

4 Ezra 3:20
Doch gij naamt van hen het boze hart niet weg, opdat uw wet in hen zou vrucht voortbrengen.

4 Ezra 3:22
En het werd een bijblijvende zwakheid, en de wet is gebleven met het hart des volks, en met de boosheid van de wortel, en hetgeen goed is, dat is weggegaan, en het boze is gebleven.

4 Ezra 4:4
Van welke, zo gij mij een kunt verklaren, zo zal ik u ook de weg tonen, die gij begeert te zien, en ik zal u leren, vanwaar dat boze hart is.

4 Ezra 4:28
Doch waarvan gij mij vraagt wil ik u zeggen: Het boze is gezaaid, maar zijn verstoring is nog niet gekomen.

4 Ezra 11:44
En de Allerhoogste heeft de hovaardige tijden aangezien, en ziet, zij zijn geëindigd, en hun boze daden zijn vervuld.

4 Ezra 11:45
Daarom gij arend! verschijn niet meer, noch uw gruwelijke vleugelen, noch uw snode vederkens, noch uw boze hoofden, noch uw kwade klauwen, noch uw geheel onnut lichaam,

Tobias (Tobit) 3:8
Omdat zij aan zeven mannen was gegeven, en Asmodeüs, de boze geest, had die gedood, eer zij bij haar waren gekomen als men bij de vrouwen pleegt.

Tobias (Tobit) 3:25
En Rafaël werd uitgezonden om deze twee te genezen: namelijk om de witte schellen van Tobias' ogen af te doen, en om Sara, de dochter van Raguël, aan Tobias de zoon van Tobias tot een vrouw te geven, en Asmodeüs de boze geest te binden, aangezien het Tobias toekwam haar tot een erve te verkrijgen. Op dezelfde tijd dan is Tobias wedergekeerd, en in zijn huis gekomen, en is Sara, de dochter van Raguël, van haar opperzolder afgekomen.

Tobias (Tobit) 6:9
En hij zeide tot hem: Wat het hart en de lever betreft, indien iemand gekweld wordt van de duivel of boze geest, moet gij roken die voor die man of die vrouw, en hij zal niet meer gekweld worden.

Boek der Wijsheid 3:14
En de gesnedene is zalig die geen onrecht met zijn hand gewrocht, noch boze dingen tegen de Here, gedacht heeft, want hem zal gegeven worden een uitverkoren genade des geloofs, en een zeer aangenaam lot in de tempel des Heren.

Boek der Wijsheid 10:5
Deze ook, als de volken door boze eigenzinnigheid onder elkander verward waren, heeft de rechtvaardige gekend, en hem onstraffelijk voor God bewaard, en behoed dat hij sterk bleef in de inwendige bewegingen der barmhartigheden over zijn zoon.

Jezus Sirach 4:23
Neem de gelegenheid des tijds waar, en wacht u van het boze.

Jezus Sirach 6:1
WORD geen vijand in plaats van een vriend, want zulk een zal een boze naam, schaamte en verwijt beërven; zo zal ook de zondaar, die tweetongig is, oneer behalen.

Jezus Sirach 6:4
Een boze ziel zal verderven degene die haar bezit, en zal maken dat de vijanden over haar verblijd worden.

Jezus Sirach 9:1
ZIJT niet jaloers op de vrouw van uw schoot, en leer haar tegen uzelf geen boze onderwijzing.

Jezus Sirach 11:34
Wacht u voor een boosdoener, want hij smeedt boze dingen; dat hij u niet te eniger tijd een eeuwige schandvlek geve.

Jezus Sirach 14:9
Het oog van de gierigaard wordt met geen deel verzadigd, en de ongerechtigheid van de boze doet zijn ziel uitdrogen.

Jezus Sirach 18:15
Mijn kind, wanneer het u wèl gaat, zo geef geen oorzaak tot berisping, en bedroef niemand met boze woorden, als gij om iets gebeden wordt.

Jezus Sirach 20:8
De zondaar heeft een welbehagen in boze dingen, en menige vond strekt tot schade.

Jezus Sirach 25:20
Ik heb liever te wonen bij een leeuw en draak, dan te wonen bij een boze vrouw.

Jezus Sirach 25:27
Een boze vrouw veroorzaakt een neergebogen hart, en een droevig aangezicht, en een harteplaag.

Jezus Sirach 25:30
Geef het water geen doortocht, noch de boze vrouw vrijheid om uit te gaan.

Jezus Sirach 26:8
Een boze vrouw is gelijk een juk ossen dat ginds en weer bewogen wordt; wie ze neemt, is gelijk degene, die een schorpioen aangrijpt.

Jezus Sirach 27:23
Wie met het oog wenkt, die smeedt boze dingen, en wie die kent zal van hem afwijken.

Jezus Sirach 28:24
Haar dood is een boze dood, en het graf is nuttiger dan zij.

Jezus Sirach 37:3
O boze gedachte, vanwaar komt gij gerold om de aarde met bedriegerij te bedekken?

Jezus Sirach 41:14
De mensen dragen rouw vanwege hun lichamen, doch de boze naam der mensen zal uitgewist worden.

Jezus Sirach 42:6
Noch dat gij een boze huisknecht zijn zijde doet bloeden.

Jezus Sirach 42:7
Bij een boze vrouw is verzegelen goed, en waar veel handen zijn sluit daar toe.

Jezus Sirach 42:22
De afgrond en het hart onderzoekt hij, en is bedacht op de boze aanslagen derzelve.

Jezus Sirach 46:9
En ten tijde van Mozes deed hij barmhartigheid, hij en Kaleb de zoon van Jefune, als zij de gemeente wederstonden, om het volk te verhinderen dat het niet zou zondigen en om de boze murmurering te stillen.

Jezus Sirach 51:15
Want gij hebt ons verlost uit het verderf, en mij getrokken uit de boze tijd.

Baruch 2:33
En zij zullen zich bekeren van hun hardnekkigheid, en van hun boze werken, want zij zullen gedenken aan de weg hunner vaderen, die gezondigd hebben voor de Here.

Esther (apocr.) 16:6
Omdat zij door hun boze, leugenachtige aard de eenvoudige goedwilligheid hunner beren met valse schijnredenen bedriegen.

Susanna (Dan. 13) 1:52
Als nu de een van de ander gescheiden was, zo riep hij de een van hen, en zeide tot hem: Gij verouderde in boze dagen, nu zijn uw zonden op u gekomen, die gij te voren hebt gedaan.

1 Makkabeeën 1:12
In deze dagen gingen uit Israël enige boze kinderen, die velen aanrieden, zeggende: Laat ons heentrekken, en een verbond oprichten met de heidenen, die rondom ons zijn.

1 Makkabeeën 2:44
En zij brachten hun macht te zamen, en sloegen de zondaren in hun toorn, en de boze mannen in hun grimmigheid; en de overgeblevenen vloden naar de heidenen om behouden te worden.

1 Makkabeeën 7:25
En als Alcimus zag, dat Judas en die met hem waren de sterkste waren, en verstond dat hij ze niet zou kunnen tegenstaan, zo keerde hij weder tot de koning, en beschuldigde hen van boze stukken.

1 Makkabeeën 15:3
Dewijl enige boze mannen het koninkrijk van onze vader bemachtigd hebben, zo heb ik voorgenomen het weder te verkrijgen, om dat te herstellen, gelijk het tevoren was, en heb daartoe een grote menigte van vreemde krijgslieden aangenomen, en heb vele oorlogsschepen toebereid.

1 Makkabeeën 15:21
Indien er dan enige boze mensen uit hun landen tot u gevloden zijn, levert ze over aan Simon, de hogepriester, opdat hij hen straffe naar hun wet.

2 Makkabeeën 4:49
Waarom ook de Tyriërs, dit boze stuk hatende, zeer treffelijk besteld hebben hetgeen tot hun begrafenis nodig was.

3 Makkabeeën 3:2
Als nu deze dingen geordineerd waren, zo werd een gruwelijk gerucht tegen dit volk uitgestrooid, zijnde de boze lieden, die tot het kwaaddoen eensgezind waren, tot dit voor nemen oorzaak gegeven, alsof de Joden hen verhinderden in het onderhouden hunner wetten.