Vindplaatsen van het woord bevel in de apocriefe geschriften (25 verzen):

3 Ezra 1:6
En slacht ordelijk het Pascha, en bereidt de offeranden voor uw broederen; en houdt het Pascha naar het bevel des Heren, dat hij Mozes heeft gegeven.

3 Ezra 1:18
Om het Pascha te houden, en offeranden te brengen op het altaar des Heren, naar het bevel des konings Josia.

3 Ezra 1:32
En in geheel Juda treurden zij over Josia, en Jeremia, de profeet beklaagde Josia, en de voornaamsten met hun vrouwen beklaagden hem tot op deze dag; en daar is een bevel uitgegeven, dat zulks altijd geschieden zou door geheel het geslacht Israëls.

3 Ezra 5:55
En karren aan de Sidoniërs en Tyriërs, opdat zij hun cederhout van de berg Libanon zouden toebrengen, om vlotten over te voeren naar de haven van Joppe, volgens het bevel, dat van Cyrus, de koning van Perzië, hun was aangeschreven.

3 Ezra 7:4
En zij volbrachten die, door het bevel des Heren de God van Israël, en met goedvinden van Cyrus, en Darius, en Artaxerxes, de koningen van Perzië.

3 Ezra 8:9
Hierbij kwam ook het schriftelijk bevel van de koning Artaxerxes tot Ezra de priester en leermeester van de wet des Heren, waarvan het afschrift is hetgeen volgt:

4 Ezra 2:33
Ik Ezra, heb een bevel ontvangen van de Here op de berg Oreb, dat ik tot Israël gaan zou. Doch toen ik tot hen kwam, zo verwierpen zij mij, en versmaadden het bevel des Heren.

4 Ezra 8:14
Indien gij dan die verderft, die met zo grote moeite is voortgebracht, zo is het door uw bevel gemakkelijk te ordineren, dat behouden worde hetgeen gemaakt is.

4 Ezra 8:23
Wiens bevel sterk, en wiens ordening verschrikkelijk is; wiens aanschouwen de afgronden uitdroogt; en wiens toom de bergen doet verdwijnen, gelijk de waarheid getuigt.

Judith 2:3
En deze oordeelden, dat men zou uitroeien al degenen, die het bevel zijns monds niet nagevolgd waren.

Jezus Sirach 39:35
In zijn bevel verheugen zij zich,

Jezus Sirach 43:14
Door zijn bevel doet hij de sneeuw ophouden, en verhaast de bliksem zijns oordeels.

Jezus Sirach 45:3
Hij heeft hem bevel gegeven aan zijn volk, en heeft hem zijn heerlijkheid getoond.

Baruch 5:8
En de bossen, en alle welriekende bomen, zullen Israël beschaduwen, door Gods bevel.

Susanna (Dan. 13) 1:55
Toen zeide Daniël: Zeer wel, gij hebt tegen uw eigen hoofd gelogen; want de engel des Heren zal nu bevel van God ontvangen, en u midden doorklieven.

1 Makkabeeën 1:61
En waar bij iemand gevonden werd het boek des verbonds, en zo iemand de wet toestond, die doodden zij naar het bevel des konings, door hun geweld.

1 Makkabeeën 1:64
En de vrouwen, die haar kinderen lieten besnijden, doodden zij naar des konings bevel;

1 Makkabeeën 2:18
Nu dan, komt gij het eerst tot ons, en doe het bevel des konings, gelijk al de volken gedaan hebben, en de mannen van Juda, en die in Jeruzalem overgelaten zijn, en gij zult, alsook uw huis van des konings vrienden zijn, en gij en uw zonen zullen verheerlijkt worden met zilver en goud, en vele geschenken.

1 Makkabeeën 2:23
En als hij ophield deze woorden te spreken, zo kwam een Joodse man, om voor de ogen van allen te offeren op het altaar te Modin, naar het bevel des konings.

1 Makkabeeën 3:34
En hij gaf hem over de helft van zijn krijgsmachten, en de olifanten; en hij gaf hem bevel van alles wat hij wilde gedaan hebben; ook van de inwoners van Judea en Jeruzalem;

1 Makkabeeën 5:58
En het krijgsvolk dat met hen was bevel gegeven hebbende, zijn zij opgetogen tegen Jamnia.

1 Makkabeeën 11:2
En hij trok in Syrië met vreedzame woorden, en die van de steden openden hem de poorten, en gingen hem tegemoet, daar het bevel van de koning Alexander was, dat men hem zou tegemoet gaan, omdat hij zijn schoonvader was.

2 Makkabeeën 14:16
En als de overste bevel gegeven had, trok het leger terstond van daar, en leverde slag bij het vlek Dessau.

3 Makkabeeën 4:1
En overal waar dit bevel bekend werd gemaakt, hielden de heidenen een gemeenschappelijke maaltijd met juichen en blijdschap, overmits de vijandschap nu met stoutheid zich blijkbaar openbaarde, welke in vorige tijden hun in het gemoed als vereeld was geweest.

3 Makkabeeën 5:12
En toen hij aanwees, dat hij diezelfde nacht het bevel had volbracht, en zijn vrienden zulks ook getuigden, sprak hij, die meerder wreedheid had dan Falaris, dat zij dit aan de huidige slaap mochten toeschrijven.