Vindplaatsen van het woord babel in de apocriefe geschriften (6 verzen):
3 Ezra 5:7
Dezen nu zijn het die uit Judea zijn opgetrokken uit de gevangenis van hun vreemdelingschap, welke Nabuchodonosor, de koning van Babel, in Babylonië weggevoerd had.
Baruch 1:9
Nadat Nabuchodonosor, de koning te Babel, van Jeruzalem weggevoerd had, Jechonia en de oversten, en de gevangenen, en de machtigen, en het volk van het land, en het naar Babel gebracht had.
Baruch 1:11
En bidt voor het leven van Nabuchodonosor, de koning van Babel, en om het leven van Balthazar, zijn zoon; opdat hun dagen zijn mogen gelijk de dagen des hemels op de aarde.
Baruch 1:12
Zo zal de Here ons sterkte geven, en zal onze ogen ver lichten, en wij zullen leven onder de schaduw van Nabuchodo nosor, de koning te Babel, en onder de schaduw van Balthazar, zijn zoon, en zullen hen vele dagen dienen, en genade voor hen vinden.
Baruch 6:1
OM der zonden wil waarmee gij gezondigd hebt tegen God, zult gij van Nabuchodonosor, de koning der Babyloniërs, naar Babel gevankelijk weggevoerd worden.
Esther (apocr.) 11:3
En was een uit de gevangenen, die Nabuchondonosor de koning te Babel weggevoerd had van Jeruzalem, met Jechonias, de koning van Juda; en dit was zijn droom:
Statenvertaling on line - bijbel en kunst