Vindplaatsen van het woord bewaarden in de apocriefe geschriften (6 verzen):

3 Ezra 3:4
Toen zeiden de drie jongelingen, die des konings lijfwacht waren, en hem bewaarden, de een tot de ander:

3 Ezra 4:56
En schreef, dat men allen, die de stad bewaarden, hun deel en bezoldiging zou geven.

4 Ezra 9:33
Want die ze ontvangen hebben, zijn verloren gegaan, dewijl zij niet bewaarden hetgeen in hen gezaaid was.

Esther (apocr.) 12:1
EN Mordechai rust in het hof met Gabatha en Tharra, de twee kamerlingen van de koning, die het hof bewaarden;

2 Makkabeeën 10:30
Dezen nemende Makkabeüs midden tussen hen, beschermden hem met hun wapenen, en bewaarden hem dat hij niet gewond werd, en wierpen op de vijanden pijlen en bliksemen, waardoor ze door blindheid in verwarring gebracht zijnde, geslagen en met verbaasdheid vervuld werden.

3 Makkabeeën 6:23
Wie heeft dezen, die de sterkten van ons land getrouw bewaarden, zo onredelijk een ieder van zijn huis afgevoerd en herwaarts verzameld?