Vindplaatsen van het woord benauwd in de apocriefe geschriften (4 verzen):
Judith 16:9
Want zij deed de klederen harer weduwschap uit, tot verhoging dergenen die benauwd waren in Israël.
Boek der Wijsheid 17:11
Want de boosheid is een vervaard ding, veroordeeld door haar eigen getuige, en benauwd zijnde door de conscientie vermoedt altijd het zwaarste.
Esther (apocr.) 15:5
Zij was blozende in de jeugd van haar schoonheid, en haar aangezicht was vrolijk, en als vriendelijk, maar haar hart was benauwd van vrees.
1 Makkabeeën 9:7
Judas dan, ziende dat zijn leger verlopen was, en dat de oorlog hem drong, werd in zijn hart benauwd, omdat hij geen tijd had om hen weder bijeen te vergaderen, en hij werd zeer verslagen;
Statenvertaling on line - bijbel en kunst