Vindplaatsen van het woord bliksem in de apocriefe geschriften (5 verzen):
Jezus Sirach 32:11
De bliksem gaat haast voor de donder heen, en voor een eerbaar mens gaat aangenaamheid.
Jezus Sirach 43:14
Door zijn bevel doet hij de sneeuw ophouden, en verhaast de bliksem zijns oordeels.
Baruch 6:60
Desgelijks de bliksem, als hij schijnt, is licht te zien, en zo waait ook de wind in alle landen.
Gezang in de vuuroven (Dan. 3) 1:73
Bliksem en wolken looft de Here, prijst en roemt hem in der eeuwigheid.
2 Makkabeeën 1:16
En Antiochus ging in, en zij openden een geheime deur des gewelfs, en werpende met stenen, doodden zij als door een bliksem de overste met de zijnen, en ontleedden hen, en hun hoofden afgehouwen hebbende, wierpen die tot degenen die buiten waren.
Statenvertaling on line - bijbel en kunst