Vindplaatsen van het woord bedrog in de apocriefe geschriften (22 verzen):
4 Ezra 6:27
Want het kwaad zal uitgeroeid en het bedrog zal uitgeblust worden.
4 Ezra 11:40
En hetwelk, in de vierde plaats komende, al de dieren heeft overwonnen, die voorbij zijn, en door zijn heerschappij de wereld heeft ingehouden met grote vrees, en het ganse aardrijk met onbehoorlijke arbeid, en de aardbodem met zoveel bedrog heeft bewoond?
Judith 9:2
Here, gij God mijns vaders Simeon, die het zwaard in zijn hand gegeven hebt tot wraak over de vreemden, die de schoot der maagd geopend hadden tot onreinheid, en de dij ontbloot hadden tot schaamte, en de schoot bevlekt hadden tot schande, (want gij hadt gezegd, het zal zo niet zijn) en die dat gedaan hadden, waarom gij hun oversten hebt gegeven om gedood te worden, en hun leger, hetwelk hun bedrog gekend had, tot bloed, en hebt de knechten geslagen met de geweldigen, en de geweldigen op hun tronen.
Judith 9:18
En geef dat mijn rede en mijn bedrog hun tot een wonde en striem worde, die zo harde raadslagen genomen hebben tegen uw verbond, en tegen uw geheiligd thuis, en tegen de spits des bergs Sion, en tegen het huis der bezitting van uw kinderen;
Judith 10:4
En zij deed pantoffelen aan haar voeten, en deed haar armringen aan, en halsbanden, en ringen, en oorringen, en al haar sieraad, en versierde zich zeer, tot bedrog van de ogen der mannen, zovelen haar aanzien zouden.
Boek der Wijsheid 14:25
Maar het is al onder elkander vermengd, bloed en moord, dieverij en bedrog, verderving, ontrouw, beroerte, meinedigheid, onrust der vromen;
Boek der Wijsheid 14:30
Doch zij zullen om deze beide dingen rechtvaardig gestraft worden, dat zij een kwaad gevoelen hebben van God, aanhangende de afgoden; en dat zij onrechtvaardig met bedrog zweren, en de heiligheid verachten.
Jezus Sirach 1:32
Omdat gij tot de vreze des Heren niet met waarheid zijt gekomen, en uw hart vol is van bedrog.
Jezus Sirach 10:8
Een koninkrijk wordt van het ene volk tot het andere overgebracht, vanwege ongerechtigheden en moedwilligheden en rijkdommen, die door bedrog verkregen zijn; wat verhovaardigt zich toch aarde en as?
Jezus Sirach 19:24
Menigeen is er die boosheid doet, gaande gebukt in zwarte klederen, en het binnenste van hem is vol van vurig bedrog.
Bel en de draak (Dan. 14) 1:17
En het geschiedde, zo haast de koning de deuren open gedaan had, en op de tafel zag, dat hij met luider stem uitriep: Bel gij zijt groot, en geen bedrog is bij u.
1 Makkabeeën 1:31
En hij sprak tot hen vreedzame woorden, met bedrog, en zij geloofden hem.
1 Makkabeeën 7:10
En zij trokken uit en kwamen met een grote krijgsmacht in het land van Juda, en hij zond boden tot Judas en zijn broeders, vreedzame woorden sprekende met bedrog.
1 Makkabeeën 7:27
En Nicanor kwam te Jeruzalem met een grote macht, en hij zond aan Judas en zijn broeders, met bedrog sprekende, vreedzame woorden;
1 Makkabeeën 7:30
En deze zaak werd Judas bekend, dat hij met bedrog tot hem gekomen was, en hij werd door hem verschrikt, en hij wilde zijn aangezicht niet meer aanschouwen.
1 Makkabeeën 8:28
En die met hen strijden zal niets gegeven worden, noch proviand, noch wapenen, noch geld, noch schepen; zo heeft het de stad Rome goed gedacht, en zij zullen deze artikelen onderhouden, en dat zonder bedrog.
1 Makkabeeën 11:1
De koning van Egypte vergaderde veel krijgsvolk, gelijk daar is het zand aan de oever der zee en vele schepen, en hij zocht het koninkrijk van Alexander te bemachtigen met bedrog, en het te brengen aan zijn koninkrijk.
1 Makkabeeën 13:17
En Simon, hoewel hij wist dat zij tot hem bedrog spraken, zond het geld, en de twee zoontjes, opdat hij misschien bij het volk niet grote vijandschap op zich zou laden.
1 Makkabeeën 16:13
En zijn hart werd verhovaardigd, en hij wilde het land bemachtigen, en hij wilde bedrog gebruiken tegen Simon en zijn zonen, om hen om te brengen.
1 Makkabeeën 16:15
En de zoon van Abubus ontving hen met bedrog, in een kleine sterkte, genaamd Dok, welke hij gebouwd had; en bereidde hun een grote maaltijd, en verborg daar mannen.
2 Makkabeeën 4:26
En Jason, die zijn eigen broeder met bedrog uitgeworpen had door een ander weder met bedrog uitgeworpen zijnde, gedwongen te vluchten naar het land Ammonitis.
2 Makkabeeën 4:34
Waarom Menelaüs, hebbende Andronicus op zijn zijde gekregen, hem vermaand heeft, dat hij Onias zou willen ombrengen; die, komende bij Onias, en hem met bedrog verzekerd, en met ede hem de hand gegeven hebbende (hoewel toen hij de hand gaf, niet zonder kwaad nadenken zijnde) heeft hem bewogen, dat hij zich uit de vrije plaats begaf, en hij heeft hem terstond rondom besloten, zonder dat hij de rechtvaardigheid ontzag.
Statenvertaling on line - bijbel en kunst