Vindplaatsen van het woord benauwdheid in de apocriefe geschriften (14 verzen):
4 Ezra 15:19
De ene mens zal met de andere geen medelijden hebben, om hun huizen teniet te doen door het zwaard, en om hun goederen te roven, vanwege de honger naar brood, en de velerlei benauwdheid.
4 Ezra 16:20
Ziet honger en plagen, verdrukking en benauwdheid zijn gezonden, als geselen ter verbetering.
Jezus Sirach 10:29
Denk niet wijs te zijn als gij uw werk doet, en poch niet in de tijd uwer benauwdheid.
Jezus Sirach 25:28
Welke haar man niet troost in zijn benauwdheid, die maakt trage handen en slappe knieën.
Baruch 3:1
ALMACHTIGE Here, gij God van Israël, een ziel die in benauwdheid is, en een beangste geest roept tot u.
Esther (apocr.) 11:6
En ziet het was een dag van duisternis en donkerheid, verdrukking en benauwdheid, grote jammer en beroering was op aarde.
Esther (apocr.) 14:2
En legde haar heerlijke klederen af, en toog klederen der benauwdheid en des treurens aan, en in plaats van prachtige en welriekende zalven, vervulde zij haar hoofd met as en vuiligheid, en vernederde haar lichaam zeer; en alle plaatsen waar zij tevoren versierd en vrolijk was geweest, vervulde zij met haar uitgeplukt haar.
1 Makkabeeën 2:53
Jozef heeft in de tijd zijner benauwdheid het gebod gehouden, en werd een heer van Egypte.
2 Makkabeeën 3:14
En een dag gesteld hebbende, is hij ingegaan om het geld te overzien, en daarop orde te stellen; en daar was geen kleine benauwdheid in de gehele stad.
2 Makkabeeën 3:16
En wie des hogepriesters aangezicht aanzag, die werd in zijn gemoed verwonderd, want zijn aangezicht en de kleur, die veranderd waren, gaven te kennen de benauwdheid, die in zijn ziel was.
2 Makkabeeën 3:21
Het was erbarmelijk te zien, hoe de menigte onder elkander gemengd nederviel, en in welke verwachting de grote hogepriester in zijn benauwdheid was.
2 Makkabeeën 15:19
En degenen, die in de stad gelaten waren, hadden geen kleine benauwdheid; de slag, die onder de blote hemel zou geschieden, hen ontroerende.
3 Makkabeeën 2:9
En uit liefde tot het huis Israëls hebt gij beloofd, indien wij ons van u afkeerden, en ons enige benauwdheid zou mogen aangrijpen, en wij in deze plaats kwamen, en aanbaden, gij ons gebed zoudt verhoren.
3 Makkabeeën 5:4
Doch de Joden, die voor de heidenen van alle hulp schenen ontbloot te zijn, omdat zij alom met banden en benauwdheid omvangen waren, hebben allen de almachtige Here, en de heerser over alle macht, hun barmhartige God en Vader, met tranen, zonder ophouden met hun stemmen aangeroepen, biddende dat hij de goddeloze raad tegen hen genomen wilde afkeren, en hen uit de dood, die voor hun voeten bereid was, met een heerlijke verschijning verlossen.
Statenvertaling on line - bijbel en kunst