Vindplaatsen van het woord binnenste in de apocriefe geschriften (10 verzen):

Boek der Wijsheid 17:4
Want ook de binnenste plaats waarin zij waren, bewaarde hen niet zonder vrees, maar weerklanken overvielen hen, en maakten rondom heen gedruis en droevige spokerijen met afschuwelijke aangezichten verschenen hun.

Boek der Wijsheid 17:14
Zij nu, die nacht, welke voorwaar onverdragelijk was, uit de binnenste holen van de onverdragelijke hel voortgekomen, dezelfde slaap slapende.

Jezus Sirach 19:24
Menigeen is er die boosheid doet, gaande gebukt in zwarte klederen, en het binnenste van hem is vol van vurig bedrog.

Jezus Sirach 21:16
Het binnenste van de dwaas is gelijk een gebroken vat, het zal geen kennis vatten, zo lang hij leeft.

Jezus Sirach 33:5
Het binnenste van de zot is gelijk het rad aan een wagen, en zijn overlegging is gelijk een as die omloopt.

1 Makkabeeën 4:48
En zij bouwden het heiligdom, en het binnenste van het huis, en zij heiligden de voorhoven.

1 Makkabeeën 9:54
En in het honderdendrieënvijftigste jaar, in de tweede maand, gebood Alcimus dat de muur van de binnenste voorhof des heiligdoms zou afgebroken worden, en hij verbrak de werken der profeten, en hij begon het te verbreken.

3 Makkabeeën 1:10
En als hij ook tot de heilige plaats kwam, en zich over de kunst en sierlijkheid ontzette, ja ook over de schone orde van de tempel verwonderde, zo nam hij voor en was van zins in het binnenste van de tempel in te gaan.

3 Makkabeeën 2:1
Simon dan, de hogepriester, tegenover het binnenste des tempels de knieën buigende, en de handen uitstrekkende tot de hemel, deed een zodanig gebed:

3 Makkabeeën 3:12
Doch zij hebben wel met woorden onze tegenwoordigheid vriendelijk ontvangen, maar inderdaad met valse harten; want toen wij voorgenomen hadden in het binnenste van hun tempel in te gaan, en die met zeer betamelijke en zeer schone geschenken te vereren, zo hebben zij, gedreven zijnde door hun oude opgeblazenheid, ons verhinderd daarin te gaan.