Vindplaatsen van het woord bouwden in de apocriefe geschriften (10 verzen):

3 Ezra 2:31
En begonnen degenen, die daar bouwden, te verhinderen. Zo stond de bouw des tempels te Jeruzalem stil, tot het tweede jaar van het koninkrijk van Darius, de koning van Perzië.

3 Ezra 5:59
En de bouwlieden bouwden de tempel des Heren, en de priesters stonden in lange klederen met snarenspel en bazuinen; en de Levieten, de kinderen van Asaf, met cymbalen.

3 Ezra 5:67
En zij verstonden, dat degenen, die uit de gevangenis waren gekomen, de tempel bouwden voor de Here de God Israëls.

1 Makkabeeën 1:15
En zij bouwden te Jeruzalem een school naar de wetten der heidenen.

1 Makkabeeën 1:35
En zij bouwden de stad Davids op met een grote en sterke muur, en met sterke torens; en deze was hun tot een burcht.

1 Makkabeeën 1:58
En de vijftiende dag van de maand Chasleu in het honderdenvijfenveertigste jaar, bouwden zij een gruwel der verwoesting op het reukaltaar, en rondom in alle steden van Juda bouwden zij altaren.

1 Makkabeeën 3:56
En zij zeiden tot degenen, die huizen bouwden, en die eerst huisvrouwen getrouwd hadden, en wijngaarden hadden geplant, en die vreesachtig waren, dat een ieder dezer zou wederkeren naar zijn huis, volgens de wet.

1 Makkabeeën 4:47
En zij namen gehele stenen naar de wet, en zij bouwden een nieuw altaar, naar de gedaante van het eerste.

1 Makkabeeën 4:48
En zij bouwden het heiligdom, en het binnenste van het huis, en zij heiligden de voorhoven.

1 Makkabeeën 4:60
En zij bouwden in die tijd rondom op de berg Sion hoge muren en sterke torens, opdat de heidenen niet te eniger tijd zouden komen en ze weder vertreden, gelijk zij tevoren gedaan hadden.