Vindplaatsen van het woord brood in de apocriefe geschriften (20 verzen):
3 Ezra 9:2
En bleef daar, en at geen brood en dronk geen water, treurig zijnde over de grote overtredingen der menigte.
4 Ezra 1:19
Toen had ik medelijden met uw zuchten, en heb u manna tot spijs gegeven; gij hebt der engelen brood gegeten.
4 Ezra 15:19
De ene mens zal met de andere geen medelijden hebben, om hun huizen teniet te doen door het zwaard, en om hun goederen te roven, vanwege de honger naar brood, en de velerlei benauwdheid.
4 Ezra 15:58
En die op de bergen zijn, zullen van honger sterven, en zullen hun eigen vlees eten, en bloed drinken, door honger naar brood, en dorst naar water.
Tobias (Tobit) 1:20
Ik gaf mijn brood de hongerigen, en klederen de naakten, en zo ik iemand uit mijn geslacht zag die gestorven was, en geworpen bij de muur der stad Nineve, die begroef ik.
Tobias (Tobit) 2:5
En wederkerende wies ik mij, en at mijn brood met treurigheid.
Tobias (Tobit) 4:17
Geef van uw brood degene die honger heeft, en van uw klederen hun die naakt zijn. Alles wat gij overvloedig hebt, geef dat tot aalmoezen, en uw oog benijde het niet, wanneer gij aalmoezen geeft.
Tobias (Tobit) 4:18
Werp uw brood overvloedig over het graf der rechtvaardigen, en geef het niet de zondaren.
Boek der Wijsheid 16:20
Daarentegen hebt gij uw volk gespijzigd met spijs der engelen, en toebereid brood van de hemel gezonden zonder hun arbeid, vermogende allerlei vermaking te geven, en allerlei bekwame smaak.
Jezus Sirach 10:30
Want het is beter dat iemand werkt, en in alles overvloed heeft, dan dat iemand pocht en gebrek aan brood heeft.
Jezus Sirach 12:5
Doe de nederige goed, en geef de goddeloze niet. Onthoud hem uw brood, en geef hem niet, opdat hij u daardoor niet overweldige, want dubbel kwaad zal u overkomen voor al het goede, dat gij hem gedaan zult hebben.
Jezus Sirach 14:10
Een boos oog is nijdig over brood, en lijdt gebrek aan zijn tafel.
Jezus Sirach 15:3
Zij zal hem spijzen met brood des verstands, en met water der wijsheid zal zij hem drenken.
Jezus Sirach 20:16
Een dwaas zal zeggen: Ik heb geen vriend; ik heb geen dank voor mijn weldaden; die mijn brood eten spreken kwalijk van mij.
Jezus Sirach 23:22
Een hoereerder is allerlei brood zoet; hij zal niet aflaten totdat hij zijn einde neemt.
Jezus Sirach 29:25
Het voornaamste van het leven des mensen is water en brood en een kleed, en een huis dat bedekt hetgeen niet wel voegt.
Jezus Sirach 34:22
Het brood der behoeftigen is het leven der armen, wie hen daarvan berooft, is een doodslager.
Jezus Sirach 41:24
Schaamt u voor verachting van Gods waarheid en verbond; en met de elleboog te liggen op het brood, en voor schandelijke afwijzing in het ontvangen en uitgeven.
Jezus Sirach 45:26
Vooral heeft hij hem brood toebereid in verzadiging; want zij eten de slachtoffers des Heren, welke hij hem en zijn zaad gegeven heeft.
Bel en de draak (Dan. 14) 1:32
En Habakuk, de profeet was in Judea, en had een pap gekookt, en had brood gebrokkeld in een diepe schotel, en ging in het veld om het de maaiers te dragen.
Statenvertaling on line - bijbel en kunst