Vindplaatsen van het woord boom in de apocriefe geschriften (11 verzen):

4 Ezra 2:12
De boom des levens zal hun zijn tot een welriekende zalf; zij zullen noch arbeiden, noch moede worden.

4 Ezra 8:52
Want ulieden is het paradijs geopend, de boom des levens geplant, de toekomende tijd bereid, de overvloed toebereid, de stad gebouwd, de rust beproefd, de goedheid volmaakt, en de wijsheid voltrokken.

4 Ezra 16:30
Gelijk als in een olijfhof aan elke boom drie of vier olijven overig zijn,

Boek der Wijsheid 13:11
En indien ook een timmerman een sappige boom afgezaagd hebbende, al zijn schorsen rondom meesterlijk afschilt, en kunstig daaraan arbeidende, een stuk werk fraai toebereidt, hetwelk nuttig is tot dienst des levens:

Jezus Sirach 6:3
Gij zult uw bladeren opeten, en uw vruchten verderven, en uzelf laten als een dorre boom.

Jezus Sirach 14:19
Gelijk een groenend blad op een dichte boom; enige werpt hij af, en andere doet hij uitspruiten; zo is het met het geslacht van het vlees en van het bloed, het ene sterft en het andere wordt geboren.

Jezus Sirach 19:18
De vreze des Heren is een beginsel der aanneming, en de wijsheid die van hem komt verkrijgt liefde; kennis der geboden des Heren is onderwijzing des levens, en die doen wat hem behagelijk is, zullen de boom der onsterfelijkheid tot vrucht genieten.

Jezus Sirach 24:15
Gelijk een schone olijfboom in een fraai veld, en gelijk de boom Platanus ben ik uit het water verhoogd.

Jezus Sirach 27:6
Gelijk de vrucht van de boom doet blijken hoe men die heeft verpleegd, zo doet ook de uitspraak der gedachten blijken wat in het hart des mensen is.

Susanna (Dan. 13) 1:54
Nu welaan dan, indien gij deze gezien hebt, zo zeg onder welke boom gij hen bij elkander hebt zien verkeren, en hij zeide: Onder een mastiekboom.

Susanna (Dan. 13) 1:58
Nu dan zeg mij, onder wat boom hebt gij haar gegrepen, daar zij met elkander verkeerden, en hij zeide: Onder een eik.