Vindplaatsen van het woord dochters in de apocriefe geschriften (8 verzen):
4 Ezra 16:34
De maagden zullen treuren, omdat zij geen bruidegoms hebben; de vrouwen zullen treuren, omdat zij geen mannen hebben; haar dochters zullen treuren, omdat zij geen hulp hebben.
Jezus Sirach 7:24
Hebt gij dochters, neem acht op haar lichaam en stel uw aangezicht niet blijde tegen haar.
Jezus Sirach 17:17
Want de barmhartigheid tegen de man is gelijk een zegel bij hem, en zal de genade tegen de mens bewaren als zijn oogappel, gevende zijn zonen en dochters bekering, daarna zal hij opstaan en hen weder vergelden, en hun vergelding zal hij op hun hoofd vergelden.
Baruch 4:14
Komt gij naburinnen Sions, en gedenkt de gevangenis mijner zonen en dochters, die de eeuwige over hen heeft gebracht.
Baruch 4:16
Want zij hebben geen schaamte gehad voor de oude, en des kinds hebben zij zich niet ontfermd, en de eenzame hebben zij van haar dochters beroofd.
Susanna (Dan. 13) 1:57
Alzo hebt gij de dochters van Israël gedaan, en die hebben door vrees zich met u vermengd, maar deze dochter van Juda heeft uw boosheid niet verdragen.
3 Makkabeeën 1:15
Ook zijn de dochters, die in haar kamers besloten waren, met haar moeders uitgelopen, en bestrooiden het haar met stof, en lieten het hangen, en vervulden de straten met klagen en zuchten.
3 Makkabeeën 5:33
En zij keerden zich tot geklag en kusten en omhelsden elkander, en vielen de bloedverwanten, de vaders, namelijk hun zonen, en de moeders haar dochters, om de hals;
Statenvertaling on line - bijbel en kunst