Vindplaatsen van het woord dwaas in de apocriefe geschriften (26 verzen):
Boek der Wijsheid 3:12
Hun vrouwen zijn dwaas, en hun kinderen boos.
Boek der Wijsheid 19:3
Want hebbende nog de rouw in handen en klagende bij de graven der doden, namen zij een ander dwaas voornemen: die zij met smekingen hadden uitgestoten, dezen hebben zij als vluchtenden vervolgd.
Jezus Sirach 4:32
Onderwerp uzelf aan geen dwaas mens, en neem de persoon des machtigen niet aan.
Jezus Sirach 8:18
Wandel niet met een stoute, opdat hij u niet bezware, want hij zal naar zijn wil doen, en gij zoudt door zijn dwaas heid mee vergaan.
Jezus Sirach 8:20
Beraad u niet met een dwaas, want hij zal geen zaak kunnen bedekken.
Jezus Sirach 16:23
Die klein geworden is overlegt deze dingen, maar een dwaas man, verdwaald zijnde, overlegt dwaze dingen.
Jezus Sirach 18:26
Van 's morgens vroeg tot op de avond verandert de tijd, en al deze dingen zijn haastig voor de Here. Een wijs mens vreest altijd, en in de dagen der zonden wacht hij zichzelf voor mishandeling, maar een dwaas zal de tijd niet waarnemen.
Jezus Sirach 19:11
Een dwaas zal smarten lijden vanwege een woord, gelijkerwijs een barende vrouw vanwege het kind.
Jezus Sirach 19:12
Gelijk een pijl, die in de heup van het vlees vaststeekt, zo is een woord in de buik van een dwaas.
Jezus Sirach 20:16
Een dwaas zal zeggen: Ik heb geen vriend; ik heb geen dank voor mijn weldaden; die mijn brood eten spreken kwalijk van mij.
Jezus Sirach 21:16
Het binnenste van de dwaas is gelijk een gebroken vat, het zal geen kennis vatten, zo lang hij leeft.
Jezus Sirach 21:19
De vertelling van een dwaas is gelijk een last op de weg, maar op de lippen van de verstandige wordt aangenaamheid gevonden.
Jezus Sirach 21:21
Gelijk een huis dat vergaan is, zo is de vrijheid van de dwaas, en de kennis van de onverstandige niets anders dan woorden, die men niet onderzoeken kan.
Jezus Sirach 21:23
Een dwaas verheft zijn stem in het lachen, maar een kloek man zal nauwelijks stilletjes lachen.
Jezus Sirach 21:25
De voet van de dwaas is haastig tot een huis in te gaan, maar een mens, die veel ervaren heeft, wordt daarvan beschaamd.
Jezus Sirach 22:8
Wie een dwaas leert, die lijmt scherven aaneen, en wekt de slapende uit een diepe slaap.
Jezus Sirach 22:9
Wie een dwaas wat vertelt, die vertelt het een sluimerende, en in het einde zal hij zeggen: Wat is het?
Jezus Sirach 22:10
Ween over een dode, want het licht heeft hem begeven. Beween ook een dwaas, want het verstand heeft hem begeven.
Jezus Sirach 22:12
Want het leven van een dwaas is boven de dood.
Jezus Sirach 22:13
De rouw over een dode duurt zeven dagen, maar over een dwaas en goddeloze al de dagen zijns levens.
Jezus Sirach 22:22
Zo kan een bevreesd hart in de gedachte van de dwaas tegen geen vrees bestaan.
Jezus Sirach 27:11
Het verhaal van de godvrezende is altijd wijs, maar de dwaas verandert gelijk de maan.
Jezus Sirach 42:9
En schaam u niet dat gij een onverstandige en dwaas onderwijst, en een geheel oude, die met de jonge lieden twist;
Susanna (Dan. 13) 1:48
Doch hij staande in het midden van hen, zeide: Zijt gij kinderen Israëls zo dwaas, dat gij een dochter Israëls veroordeelt, eer gij de zaak onderzocht en de zekerheid daarvan verstaan hebt?
2 Makkabeeën 11:13
En daar hij niet dwaas was, bij zichzelf overleggende de nederlaag die hem geschied was, en verstaande dat de Hebreeën onoverwinnelijk waren, overmits de alvermogende God met hen streed, zo zond hij aan hen,
2 Makkabeeën 12:44
(Want indien hij niet had verwacht, dat degenen die gevallen waren, weder zouden opstaan, zo zou het tevergeefs en dwaas geweest zijn voor de doden te bidden)
Statenvertaling on line - bijbel en kunst