Vindplaatsen van het woord deel in de apocriefe geschriften (45 verzen):

3 Ezra 4:56
En schreef, dat men allen, die de stad bewaarden, hun deel en bezoldiging zou geven.

3 Ezra 5:40
En Nehemia en Attaria zeiden tot hen, dat zij geen deel zouden hebben aan de geheiligde dingen, totdat er een overpriester zou opstaan, die aangedaan was met openbaring en waarheid.

4 Ezra 5:34
En ik zeide tot hem: Neen Here, maar ik heb zo uit droefheid gesproken; want mijn nieren drukken mij te aller ure, zoekende te verstaan de weg des allerhoogsten, en te doorgronden een deel van zijn oordeel.

4 Ezra 6:12
Zo bid ik u, dat gij uw dienstknecht toont het einde uwer tekenen, waarvan gij mij een deel de voorgaande nacht getoond hebt.

4 Ezra 6:41
En op de tweede dag schiept gij de lucht van het firmament, en hebt die bevolen, dat zij onderscheid zou maken tussen de wateren, zodat een deel opwaarts zou trekken, en een deel beneden zou blijven.

4 Ezra 6:42
De derde dag nu hebt gij de wateren bevolen, dat zij zouden verzameld worden op het zevende deel der aarde, doch zes delen hebt gij droog gemaakt en behouden, opdat er zouden zijn die daaruit voor u zouden dienen, als zij door God bezaaid en gebouwd zouden zijn.

4 Ezra 6:47
Op de vijfde dag zeidet gij tot het zevende deel, waarin de wateren verzameld waren, dat het zou voortbrengen gedierte, vogelen, en vissen, en het geschiedde.

4 Ezra 6:50
En gij hebt die van elkander gescheiden. Want het zevende deel waar het water verzameld was, kon die beide niet bevatten.

4 Ezra 6:51
En gij hebt aan Behemoth het éne deel gegeven, dat op de derde dag was gedroogd, opdat hij daarin zou wonen, waar duizend bergen zijn.

4 Ezra 6:52
De Leviathan nu hebt gij het zevende deel des waters gegeven, en hebt hem bewaard, opdat hij zij tot een verslinding degene, die gij wilt, en wanneer gij wilt.

4 Ezra 7:10
En ik sprak: Het is zo Here; en hij zeide tot mij: Zo is ook het deel Israëls:

4 Ezra 7:68
En hij vergeeft; want indien hij niet vergaf naar zijn goedheid, opdat degenen, die ongerechtigheid gedaan hebben, van hun ongerechtigheden werden verlicht, zo zou het tienduizendste deel der mensen niet levend gemaakt worden.

4 Ezra 9:1
TOEN antwoordde hij, en zeide tot mij: Meet vlijtig de tijd in zich zelf, en het zal geschieden, wanneer een deel der tekenen, die voorzegd zijn, zal voorbij gegaan zijn,

4 Ezra 14:11
Want de eeuw is in twaalf delen verdeeld, en de tien zijn voorbij, en de helft van een tiende deel.

4 Ezra 14:12
Maar er is nog overig hetgeen na het tiende deel en een half volgt.

4 Ezra 15:30
Namelijk de Karmaniërs razende in hun toorn, en zij zullen komen als wilde zwijnen uit het bos: en zullen aankomen met grote kracht, en zullen tegen hen in de krijg staan, en zullen een deel van het land der Assyriërs verwoesten.

4 Ezra 15:38
En daarna zullen er grote slagregenen komen van het zuiden en van het noorden, en nog een ander deel van het westen.

4 Ezra 15:60
In het doortrekken zullen zij de verslagen stad in stukken stoten, en zullen een gedeelte van uw land verderven, en een deel van uw heerlijkheid uitroeien, en zo tot het verwoeste Babylon wederkeren.

Boek der Wijsheid 1:16
Maar de goddelozen hebben dat met handen en met woorden tot zich geroepen, het houdende voor een vriend, zijn zij versmolten en hebben een verbond daarmee opgericht; want zij zijn waardig, dat zij het tot een deel hebben.

Boek der Wijsheid 2:9
Niemand van ons zij zonder deel te hebben aan onze vermetelheid; laat ons overal merktekenen der weelde laten, want dit is ons deel, en dit is ons lot.

Boek der Wijsheid 2:24
Maar door des duivels nijdigheid is de dood in de wereld gekomen, en die van zijn deel zijn, die proeven deze.

Boek der Wijsheid 7:13
Zonder erg heb ik geleerd, en zonder afgunst deel ik mede: haar rijkdom verberg ik niet.

Jezus Sirach 7:31
En geef hem zijn deel, gelijk u bevolen is,

Jezus Sirach 11:18
Menigeen is er die rijk wordt door zijn opmerken en spaarzaamheid, en dit is nu zijn deel van zijn loon.

Jezus Sirach 14:9
Het oog van de gierigaard wordt met geen deel verzadigd, en de ongerechtigheid van de boze doet zijn ziel uitdrogen.

Jezus Sirach 14:14
Onttrek uzelf niet van de goede dag, en laat het deel der goede begeerte u niet voorbijgaan.

Jezus Sirach 17:14
Want in de verdeling der volken van het ganse aardrijk heeft bij over elk volk een overste gesteld, maar Israël nam hij tot zijn deel aan, welke, zijnde zijn eerstgeborene, de tucht op voedt, en hij deelt hem mede het licht der liefde, en begeeft hem niet.

Jezus Sirach 24:12
En ben ingeworteld in een verheerlijkt volk, in het deel des Heren, dat is zijn erfdeel.

Jezus Sirach 26:3
Een goede vrouw is een goed erf deel, en wordt tot een deel gegeven degenen, die de Here vrezen.

Jezus Sirach 26:21
Als gij uit alle velden een vruchtbaar deel zult uitgezocht hebben, zo zaai uw eigen zaad, vertrouwende op uw edel geslacht.

Jezus Sirach 26:24
Een goddeloze vrouw zal de onrechtvaardige tot een deel gegeven worden, maar een godvrezende vrouw wordt gegeven hem, die de Here vreest.

Jezus Sirach 41:12
Want indien gij vermenigvuldigt, het is tot verderfenis, en indien gij geboren wordt, zo wordt gij tot een vloek geboren, en indien gij sterft, zo wordt gij de vloek tot een deel.

Jezus Sirach 41:26
Schaamt u iemands deel weg te nemen, en hetgeen hem gegeven is, en te letten op een vrouw die een man heeft.

Jezus Sirach 44:25
Die heeft hij gekend in zijn zegeningen, en hem een erfdeel gegeven, en heeft zijn deel gescheiden in stammen, die hij verdeeld heeft in twaalf.

Jezus Sirach 45:25
Hij heeft Aärons heerlijkheid vermeerderd, en hem een erfdeel gegeven, de eerstelingen der eerstgeborenen heeft hij hem ten deel gegeven.

Jezus Sirach 45:27
Doch in het land des volks had hij geen erfdeel, en kreeg geen deel onder het volk, want hij zelf was het deel zijner erfenis.

Esther (apocr.) 13:17
En veracht uw deel niet, dat gij voor uzelf uit Egypteland hebt verlost.

1 Makkabeeën 4:19
Als Judas dit nog voleindde te zeggen, zo openbaarde zich een deel uitziende van de berg;

1 Makkabeeën 4:57
En versierden het voorste deel van de tempel, met gouden kronen en schilden, en vernieuwden de poorten, en de kamers der priesters, en maakten daar deuren aan.

1 Makkabeeën 6:40
En een deel van des konings leger werd uitgebreid tot de hoge bergen en sommige naar de laagten, en trokken in verzekerdheid en goede orde.

1 Makkabeeën 10:29
En nu stel ik u vrij, en ik ontsla, u ten gevalle, al de Joden, van de tollen, en van de impost van het zout, en van de kroongelden, en van het derde deel van het gezaaide.

2 Makkabeeën 1:26
Ontvang deze offerande voor al uw volk Israël, en bewaar uw deel, en heilig hen.

2 Makkabeeën 3:11
En dat een deel daarvan ook toebehoorde aan Hyrcanus, de zoon van Tobias, een man die in zeer grote hoogheid gesteld was, zodat het niet was gelijk de goddeloze Simon lasterlijk had aangebracht; en dat er alles samen waren vierhonderd talenten zilver en tweehonderd talenten goud.

2 Makkabeeën 4:14
Zodat de priesters niet meer volvaardig waren om de dienst te doen bij het altaar, maar de tempel verachtende, en de offeranden nalatende, benaarstigden zich, om deel te nemen aan de onwettelijke oefeningen, die in de worstelplaats geschiedden, nadat zij anderen beroepen hadden, om met de bal te spelen;

2 Makkabeeën 5:27
En Judas, de Makkabeeër, is met negen anderen vertrokken naar het gebergte, en leefde met degenen die bij hem waren, naar de wijze der wilde dieren, en zij aten als voedsel gras, en bleven daar, om geen deel te hebben aan de ontreiniging.