Vindplaatsen van het woord dankten in de apocriefe geschriften (7 verzen):

Boek der Wijsheid 18:2
En achtten die gelukkig, dat zij ook niet leden, maar dankten hen dat zij tevoren verongelijkt zijnde, hun nochtans geen schade deden, en smeekten om genade, dat zij met hen geschil hadden gehad.

1 MakkabeeŽn 4:55
En al het volk nedervallende op hun aangezichten, aanbaden, en dankten God in de hemel, die hun voorspoed gegeven had.

2 MakkabeeŽn 8:27
En als zij de wapenen verzameld, en de vijanden de roof uitgetrokken hadden, hielden zij de Sabbat; en zij dankten en loofden de Here zeer, die hen behouden had tot die dag toe, welke het begin was der barmhartigheid, die over hen kwam.

2 MakkabeeŽn 10:38
En deze dingen verricht hebbende, dankten zij met lofzangen en dankzeggingen de Here, die IsraŽl zo grote weldaad had bewezen, en die hun deze overwinning gegeven had.

2 MakkabeeŽn 12:31
Zo dankten zij hen, en vermaanden hen, dat zij ook voortaan hun volk goedgunstig zouden zijn, en als het feest der weken aanstaande was, zijn zij te Jeruzalem wedergekomen.

2 MakkabeeŽn 15:34
En zij allen opziende naar de hemel dankten de doorluchtige Here, zeggende: Gezegend moet hij zijn, die zijn plaats onbesmet heeft bewaard.

3 MakkabeeŽn 7:14
Maar zij, die tot de dood toe zich aan God hadden gehouden, als zij nu de volkomen genieting hunner behoudenis verkregen hadden vertrokken gelijk uit de stad met allerlei zeer welriekende bloemen bekroond, met blijdschap en gejuich; en zij dankten met lofliederen en zoete lofzangen de God hunner vaderen, de heilige verlosser IsraŽls.