Vindplaatsen van het woord dergenen in de apocriefe geschriften (48 verzen):

3 Ezra 5:9
Het getal nu dergenen, die van het volk waren, met hun oversten, was: de kinderen Parosch tweeduizendeenhonderd en tweeënzeventig.

3 Ezra 6:12
En wij hebben hun dit gevraagd, opdat wij het u zouden bekend maken, en u mogen aanschrijven welke de mannen zijn, die hierover gesteld zijn; en wij hebben hun ook schriftelijk afgeëist de namen dergenen die hun oversten zijn.

4 Ezra 2:38
Rijst op, en staat, en ziet het getal dergenen, die getekend zijn tot de maaltijd des Heren.

4 Ezra 3:2
Want ik zag de verwoesting van Sion, en de overvloed dergenen, die te Babylon woonden.

4 Ezra 3:34
Nu dan, weeg onze ongerechtigheden in een schaal, en dergenen daartegen die in de wereld wonen, zo zal uw naam niet gevonden worden dan in Israël.

4 Ezra 4:39
Dat nu misschien om onzentwil de oogst der rechtvaardigen niet nalate vervuld te worden, om der zonden wil dergenen die op aarde wonen.

4 Ezra 6:5
En eer men de tegenwoordige jaren opzocht, en eer de vonden dergenen, die nu zondigen, afkerig werden, en opgetekend waren die het geloof tot een schat vergaderd hebben,

4 Ezra 7:55
En dat de aangezichten dergenen, die zich onthouden hebben, blinken zullen boven de sterren, en toch onze aangezichten zwart zullen zijn boven de duisternis?

4 Ezra 8:38
Want ik zal waarlijk niet gedenken aan het werk dergenen, die gezondigd hebben, vóór de dood, vóór het oordeel, en vóór het verderf.

4 Ezra 8:55
Daarom wil niet verder vragen van de veelheid dergenen, die verloren gaan.

4 Ezra 9:19
Want een ieder was toen gehoorzaam, maar nu zijn de zeden dergenen, die geschapen zijn in deze wereld, nadat zij gemaakt was, verdorven geworden door een oogst, die niet ophoudt, en door een wet die niet kan doorgrond worden.

4 Ezra 11:42
Want gij hebt de zachtmoedige verdrukt, en die in rust waren beledigd, en gij hebt de leugen liefgehad, en hebt de woningen afgebroken dergenen, die vruchten brachten, en hebt de muren ternedergeworpen dergenen, die u niet beschadigen.

4 Ezra 13:49
Het zal dan geschieden, wanneer hij zal beginnen te verderven de menigte dergenen, die uit de volken vergaderd zijn, dat hij zal beschermen het volk hetwelk overgebleven is.

Judith 6:5
En gij Achior, gij huurling der Ammonieten, die deze woorden gesproken hebt, in de dag uwer ongerechtigheid, gij zult mijn aangezicht niet meer zien, van deze dag aan, totdat ik wraak zal gedaan hebben over dat geslacht dergenen, die uit Egypte gekomen zijn, en dan zal het zwaard mijns heerlegers, en het volk mijner dienstknechten tussen uw zijden gaan, en gij zult vallen onder hun gekwetsten, als ik tot u zal wedergekeerd zijn.

Judith 9:15
Want uw sterkte is niet in de menigte, noch uw vermogen in de geweldigen, maar gij zijt een God der nederigen; gij zijt een helper der kleinen, een aannemer der zwakken, een beschutter der vertwijfelenden, en een behouder dergenen, die geen hoop hebben.

Judith 12:10
En het geschiedde op de vierde dag, dat Holofernes een maaltijd aanrichtte, alleen voor zijn dienstknechten, en riep niemand daartoe dergenen, die over de gemene zaken waren, en hij zeide tot Bagoas de kamerling, welke over alles gesteld was dat hem toebehoorde: Ga toch heen en overreed de Hebreeuwse vrouw die bij u is, dat zij bij ons kome, en met ons ete en drinke.

Judith 16:3
Want de Here is een God, die de krijgen vermorzelt: want hij heeft in zijn leger, in het midden des volks, mij verlost, uit de hand dergenen, die mij vervolgden.

Judith 16:9
Want zij deed de klederen harer weduwschap uit, tot verhoging dergenen die benauwd waren in Israël.

Boek der Wijsheid 2:18
Want indien de rechtvaardige een zoon Gods is, zo zal hij hem te hulp komen, en zal hem verlossen uit de hand dergenen die hem tegenstaan.

Boek der Wijsheid 5:1
DAN zal de rechtvaardige met grote vrijmoedigheid staan voor het aangezicht dergenen, die hem verdrukt en zijn moeiten verworpen hebben.

Boek der Wijsheid 9:18
En zo zijn recht gemaakt de paden dergenen, die op aarde zijn, en de mensen hebben geleerd hetgeen u behagelijk is.

Boek der Wijsheid 10:11
In de gierigheid dergenen die hem geweld aandeden, stond zij bij hem, en maakte hem rijk.

Boek der Wijsheid 10:15
Deze heeft dat heilige volk, en dat onbestraffelijk zaad verlost, uit de natie dergenen die haar verdrukten.

Boek der Wijsheid 14:31
Want niet de kracht dergene bij welke men zweert, maar de wraak dergenen die zondigen, komt altijd over de overtreding der onrechtvaardigen.

Jezus Sirach 17:22
Wie zal de Allerhoogste prijzen in het graf, in plaats der levenden, en dergenen die dankzegging spreken?

Jezus Sirach 25:18
Alle inval, doch niet de inval dergenen die haten, en alle wraak, doch niet de wraak der vijanden.

Jezus Sirach 34:13
De geest dergenen, die de Here vrezen, zal leven.

Jezus Sirach 51:3
En van de strik der lasterende tong; van de lippen dergenen die leugens oefenen; en tegen degenen die zich tegen mij stelden, zijt gij mij een helper geweest.

Jezus Sirach 51:5
Uit de hand dergenen die mijn ziel zochten; uit de vele verdrukkingen, die ik gehad heb;

Baruch 2:14
Verhoor, Here, ons gebed en onze smeking, en trek ons hieruit om uwentwil, en geef ons genade voor het aanschijn dergenen, die ons weggevoerd hebben.

Baruch 6:16
Wanneer zij in hun huizen vastgezet zijn, zo zijn hun ogen vol stof van de voeten dergenen die daarin gaan.

Esther (apocr.) 13:18
Verhoor mijn gebed, en zijt uw erfdeel genadig, en wend ons treuren in vreugde, opdat wij leven en uw naam prijzen, Here, en verdelg de mond niet dergenen, die u loven.

Esther (apocr.) 14:9
Om het besluit van uw mond weg te nemen, en uw erve uit te roeien, en de mond toe te stoppen dergenen die u loven, en de heerlijkheid van uw huis en van uw altaar uit te blussen;

Esther (apocr.) 14:19
Verhoor de stem der verlatenen, gij sterke God boven allen, en verlos ons van de hand dergenen die kwaad aanrichten, en verlos mij uit mijn vrees.

Esther (apocr.) 16:5
Menigmaal geschiedt het ook, dat velen dergenen die in macht zijn gesteld, en welke betrouwd is de zaken der vrienden te verrichten, door hun raad deze willende stellen tot metgezellen van onnozel bloedvergieten, in ongeneeslijke zwarigheden zichzelf hebben ingewikkeld.

Esther (apocr.) 16:7
Dit kan opgemerkt worden niet zozeer uit de oude historien, gelijk wij verhaald hebben, als wel uit hetgeen ons voor de voeten is, zo gij onderzoekt hetgeen onrechtvaardig is volbracht, door het valse beleid dergenen, die de macht onbehoorlijk hebben gebruikt.

Susanna (Dan. 13) 1:60
En de gehele vergadering riep uit met luider stem, en loofden God, die een Verlosser is dergenen die op hem hopen,

1 Makkabeeën 4:33
Werp hen terneder door het zwaard dergenen, die u liefhebben, en laat allen, die uw naam kennen, u loven met lofzangen.

2 Makkabeeën 4:3
En als de vijandschap zover toegenomen was, dat ook door een dergenen, die Simon voor zijn vertrouwde vrienden hield, doodslagen gedaan werden;

2 Makkabeeën 4:50
En Menelaüs bleef door de gierigheid dergenen die de macht hadden, in het opperste gezag, toenemende in boosheid, en is geworden een groot verrader der burgers.

2 Makkabeeën 5:17
Zo werd Antiochus in zijn gemoed zeer hovaardig, niet aanmerkende, dat om der zonden wil dergenen, die in de stad woonden, de Here een kleine tijd vertoornd was geweest, en dat hij daarom de plaats niet aanzag.

2 Makkabeeën 12:19
Dositheüs en Sosipater, zijnde van de oversten dergenen die met Makkabeüs waren, uittrekkende, vernielden van degenen, die van Timotheüs daar gelaten waren in de sterkte, meer dan tienduizend man.

2 Makkabeeën 12:39
En de volgende dag, kwamen degenen die met Judas waren, omtrent de tijd als het nodig is zulks te doen, om de lichamen dergenen die gevallen waren weg te nemen, en met hun bloedvrienden te stellen in de graven hunner vaderen.

2 Makkabeeën 12:42
En tot het gebed gekeerd zijnde, baden zij dat de zonde, die daar begaan was, volkomen mocht uitgewist worden; en de kloekhartige Judas vermaande de menigte, dat zij zich wilden bewaren, dat zij zonder zonde mochten zijn, als die voor hun ogen hadden gezien hetgeen geschied was, om der zonden wil dergenen, die gevallen waren.

2 Makkabeeën 13:15
En zijn volk tot leus gegeven hebbende: VAN GOD IS DE OVERWINNING, is hij met enige van de beste en uitgelezen jongelingen bij nacht, bij het hof des konings, aangevallen op het leger, en heeft omtrent tweeduizend man verslagen, en heeft daarbij geveld de voornaamste olifant, met de menigte dergenen, die daar in het huis waren.

2 Makkabeeën 14:8
Eerstelijk omdat ik het oprecht meen met de zaken, die de koning aangaan, en ten tweede opdat ik mijn eigen burgers een dienst zou doen, want door de onredelijkheid dergenen, waarvan tevoren gesproken is, lijdt ons ganse geslacht geen kleine zwarigheid.

3 Makkabeeën 2:15
Wis onze zonden uit, en verstrooi onze dwalingen, en betoon uw barmhartigheid te dezer tijd. Laat uw ontferming snel ons overkomen, en geef lof in de mond dergenen die nedergevallen en gebroken zijn van harte, ons namelijk vrede gevende.

3 Makkabeeën 5:31
Toen is hij, zijn goddeloos hart met grote grimmigheid vervallende, in allerijl met de beesten uitgelopen, als die zelf met een wreed gemoed, en met zijn ogen wilde aanschouwen de moeilijke en jammerlijke ondergang dergenen, waarvan tevoren gesproken is.