Vindplaatsen van het woord dankzegging in de apocriefe geschriften (7 verzen):
Judith 16:1
EN Judith begon deze dankzegging te zingen onder gans Israël, en het gehele volk zong deze lofzang haar na.
Jezus Sirach 17:22
Wie zal de Allerhoogste prijzen in het graf, in plaats der levenden, en dergenen die dankzegging spreken?
Jezus Sirach 17:23
Van een dode, als die van een die niet meer is, gaat de dankzegging verloren.
Jezus Sirach 39:19
Looft de Here over al zijn werken met gezang der lippen, en met citers; en zegt zo in uw dankzegging:
Jezus Sirach 51:14
Ik zal uw naam prijzen zonder ophouden, en u lofzingen met dankzegging, en mijn smeking is verhoord geweest.
1 Makkabeeën 4:24
En wedergekeerd zijnde, zongen zij een lofzang en dankzegging tot God in de hemel, want dat is goed, dewijl zijn barmhartigheid duurt in eeuwigheid.
3 Makkabeeën 7:16
En toen zij te Ptolomaïs met vrede gekomen waren, in behoorlijke dankzegging, zo hebben zij daar ook besloten, dat zij op gelijke wijze daar met vrolijkheid die dagen wilden vieren, zolang zij in vreemdelingschap leefden.
Statenvertaling on line - bijbel en kunst