Vindplaatsen van het woord droom in de apocriefe geschriften (10 verzen):

4 Ezra 11:1
EN ik zag een droom, en zie een arend klom op van de zee, welke twaalf vleugelen van vederen had, en drie hoofden.

4 Ezra 12:35
Dit is de droom, die gij gezien hebt, en dit zijn de verklaringen.

4 Ezra 13:1
EN het geschiedde na zeven dagen, dat ik des nachts een droom droomde:

4 Ezra 13:15
Zo toon mij dan nu nog de verklaring van deze droom.

4 Ezra 13:53
Dit is de verklaring van de droom, die gij gezien hebt, en om welks wil gij alleen hier verlicht zijt.

Esther (apocr.) 10:5
Want ik gedenk aan de droom, die ik van deze dingen gezien heb, want geen dezer is voorbijgegaan.

Esther (apocr.) 11:2
In het tweede jaar van de regering van Artaxerxes de grote, op de eerste dag der maand Nisan, heeft Mordechai, de zoon van Jaïr, de zoon van Simeï, de zoon van Kis, uit de stam van Benjamin, een droom gezien. Deze was een Joods man, wonende in de stad Susan, een aanzienlijk man en een dienaar aan het hof van de koning;

Esther (apocr.) 11:3
En was een uit de gevangenen, die Nabuchondonosor de koning te Babel weggevoerd had van Jeruzalem, met Jechonias, de koning van Juda; en dit was zijn droom:

Esther (apocr.) 11:10
En Mordechai, die deze droom had gezien, wakker wordende, bedacht wat God doen wilde, en behield deze droom in zijn hart, en wilde die op alle manieren verstaan, tot op die nacht.

2 Makkabeeën 15:11
En wapende zo een ieder van hen, niet zozeer met zekerheid van schilden en spiesen, als met vermaning van goede woorden en hun daarbij verhaald hebbende een geloofwaardige droom, maakte hij hen allen tezamen zeer verheugd.