Vindplaatsen van het woord doe in de apocriefe geschriften (50 verzen):
3 Ezra 6:33
Daarom ook, de Here, wiens naam daar aangeroepen wordt, doe teniet een ieder koning en volk, welke zijn hand zal uitsteken, om te verhinderen of te beschadigen dit huis des Heren te Jeruzalem.
3 Ezra 8:95
Gelijk u zal goeddunken, en al degenen die de wet des Heren gehoorzaam zijn; sta op, en doe alzo.
4 Ezra 2:20
Spreekt recht der weduwen; doe recht de wezen; geef de armen; bescherm de verlatenen; bekleed de naakten,
4 Ezra 10:20
Doe zo niet als gij zegt, maar volg de raad, die u gegeven wordt, want wat zijn er al ongevallen Sions! Troost u dan om de bedroefdheid van Jeruzalem.
4 Ezra 10:24
Gij dan doe uw grote droefheid van u, en leg de veelheid uwer smarten af, opdat de sterke God u genadig zij, en de Allerhoogste zal u tot een rust geven het rusten van uw arbeid.
4 Ezra 14:14
En doe van u weg de strefelijke gedachten; werp van u de menselijke lasten, en trek uit de zwakke natuur, en stel aan de ene zijde de raadslagen die u allerbezwaarlijkst zijn, en haast u om uit deze tijden te verhuizen.
4 Ezra 14:38
En mij geschiedde des anderen daags, dat een stem mij riep, zeggende: Ezra, doe uw mond open, en drink hetgeen ik u te drinken zal geven.
Tobias (Tobit) 3:5
En nu Here uw oordelen zijn vele en waarachtig: doe met mij vanwege mijn en mijner vaderen zonden, overmits wij uw geboden niet hebben gedaan, want wij hebben niet oprechtelijk voor u gewandeld.
Tobias (Tobit) 3:6
En nu zeg ik, doe met mij naar hetgeen behagelijk is voor u; beveel dat men mijn geest van mij neme, opdat ik ontbonden mag zijn en tot aarde worden. Want het is mij nuttiger te sterven dan te leven, dewijl ik valse smaadwoorden gehoord heb, en veel droefheid in mij is; beveel dat ik nu verlost worde van deze nood, en opgenomen worde in de eeuwige plaatsen, en keer uw aangezicht van mij niet af.
Tobias (Tobit) 4:3
Kind, indien ik sterf, zo begraaf mij, en veracht uw moeder niet; eer haar al de dagen uws levens, en doe wat haar behaaglijk is, en bedroef haar niet.
Tobias (Tobit) 4:7
Doe aalmoezen van hetgeen gij hebt, en uw oog zij niet nijdig als gij aalmoezen doet, en keer uw aangezicht niet af van enige arme, en het aangezicht Gods zal zich van u niet afkeren.
Tobias (Tobit) 4:8
Naar dat gij hebt, doe aalmoezen naar de menigte der dingen.
Tobias (Tobit) 4:16
Kind, heb acht op uzelf in al uw werken, en zijt voorzichtig in al uw omgang, en doe niemand hetgeen hij haat. Drink geen wijn tot dronkenschap, en laat geen dronkenschap met u reizen op uw weg.
Judith 3:3
Doe met ons, gelijk het u behaagt.
Judith 3:4
Ziet, al onze landhuizen, en al onze plaatsen, en al onze korenvelden, en al ons klein en groot vee, en al de stallen onzer woningen liggen open voor u, doe daarmee gelijk het u behaagt.
Judith 7:17
Wij nemen tegen u tot getuigen de hemel en de aarde, en onze God en Here onzer vaderen, die ons vergeldt naar onze misdaden, en naar de misdaden onzer vaderen, opdat hij niet doe naar deze woorden op de dag van heden.
Judith 8:29
Doch gijlieden zult niet onderzoeken wat ik doen zal, want ik zal u niet zeggen wat ik doe, totdat het zal volbracht zijn.
Judith 13:25
Want uw hoop zal niet geweerd worden uit het hart der mensen, die de kracht Gods zullen gedenken, tot in der eeuwigheid; en God doe u dit tot een eeuwige verhoging, en bezoeke u met allerlei goed, opdat gij uw leven niet gespaard hebt, om der vernedering wil van ons geslacht, maar zijt onze val tegengegaan, dewijl gij oprecht voor onze God hebt gewandeld.
Jezus Sirach 7:1
DOE geen kwaad, en u zal geen kwaad bevangen.
Jezus Sirach 7:12
Ploeg geen leugen tegen uw broeder, en doe uw vriend desgelijken niet.
Jezus Sirach 8:21
Doe niets heimelijks voor een vreemde, want gij weet niet wat hij baren zal.
Jezus Sirach 10:6
Vergram u niet op uw naaste over enig onrecht, en doe niets door smadelijke werken.
Jezus Sirach 12:2
Doe wel aan de godvrezende, en gij zult vergelding vinden, en is het niet bij hem, immers bij de Allerhoogste.
Jezus Sirach 12:5
Doe de nederige goed, en geef de goddeloze niet. Onthoud hem uw brood, en geef hem niet, opdat hij u daardoor niet overweldige, want dubbel kwaad zal u overkomen voor al het goede, dat gij hem gedaan zult hebben.
Jezus Sirach 14:11
Mijn kind, doe uzelf goed naar dat gij vermoogt, en breng de Here offeranden toe, gelijk behoort.
Jezus Sirach 14:13
Doe uw vriend goed, eer gij sterft, en strek naar uw vermogen uw hand uit en geef hem.
Jezus Sirach 19:13
Bestraf uw vriend, misschien heeft hij het niet gedaan, en zo hij het gedaan heeft, dat hij het niet te eniger tijd meer doe.
Jezus Sirach 21:1
MIJN kind, hebt gij gezondigd, doe daar geen zonde meer bij, en bid de vorige af.
Jezus Sirach 24:36
Want ik doe de onderwijzing jichten als de dageraad, en doe ze schijnen tot in verre landen.
Jezus Sirach 31:12
Als gij aan een grote tafel zit, zo doe uw keel over deze niet wijd open;
Jezus Sirach 32:3
En doe al wat nodig is te doen, en als gij zult geprezen zijn, zo rust, opdat gij van hunnentwege verheugd zijt, en om wel versierd te wezen een kroon moogt ontvangen.
Jezus Sirach 32:13
Speel aldaar, en doe wat gij voorgenomen hebt, maar niet met zonden en hovaardige woorden.
Jezus Sirach 32:20
Doe niets zonder raad, en als gij het gedaan hebt, laat het u niet berouwen.
Jezus Sirach 33:25
Doe hem werken door tuchtiging, en hij zal rust zoeken; laat hem de handen ledig zijn, en hij zal vrijheid zoeken.
Jezus Sirach 33:29
Indien hij niet gehoorzaam is, verzwaar zijn boeien, doch wees niet te streng jegens iemands lichaam, en doe niets zonder oordeel.
Jezus Sirach 42:8
Indien gij wat overgeeft, doe het bij getal en gewicht, en stel alles, uitgifte en ontvangst, in geschrift.
Baruch 2:17
Doe uw ogen open Here, en zie, want de doden in het graf, welker geest van hun ingewanden weggenomen is, zullen de Here de prijs der heerlijkheid en rechtvaardigheid niet geven.
Baruch 5:1
JERUZALEM, doe het kleed van uw treuren en van uw verdriet uit, en doe aan het versiersel, dat u door Gods heerlijkheid gegeven is in eeuwigheid.
Baruch 5:2
Doe om de rok der gerechtigheid, die u door God gegeven is, en zet op uw hoofd de tulband der heerlijkheid van de eeuwige.
Gebed van Azaria (Dan. 3) 1:42
Daarom laat ons niet beschaamd worden, maar doe met ons naar uw goedertierenheid, en naar de menigte van uw barmhartigheid.
Gebed van Azaria (Dan. 3) 1:45
En doe hun gewaarworden, dat gij de Here zijt, de enige God, die heerlijk is op de gehele aarde.
Susanna (Dan. 13) 1:20
Zie de deuren van de hof zijn gesloten, en niemand ziet ons, en wij zijn met lust tegen u ontstoken, daarom doe onze wil en zijt bij ons.
Susanna (Dan. 13) 1:22
En Susanna zuchtte zwaar en sprak: Mij is van alle zijden bang, want, indien ik dat doe, zo ben ik des doods; en indien ik het niet doe, zo zal ik uw handen niet ontvlieden.
1 Makkabeeën 2:18
Nu dan, komt gij het eerst tot ons, en doe het bevel des konings, gelijk al de volken gedaan hebben, en de mannen van Juda, en die in Jeruzalem overgelaten zijn, en gij zult, alsook uw huis van des konings vrienden zijn, en gij en uw zonen zullen verheerlijkt worden met zilver en goud, en vele geschenken.
1 Makkabeeën 3:60
Doch gelijk de wil van God in de hemel zal zijn, zo doe hij met ons.
1 Makkabeeën 4:32
Geef hun versaagdheid, en doe de stoutheid van hun sterkte smelten, en laat hen bewogen worden door hun vermorzeling.
1 Makkabeeën 7:38
Doe toch wraak over deze mens, en over zijn leger, en laat hen door het zwaard vallen. Gedenk aan hun lasteringen, en geef hun geen verblijf te hebben.
2 Makkabeeën 1:2
God doe ulieden goed en gedenke aan zijn verbond dat Hij gemaakt heeft met Abraham, Izaäk en Jakob, zijn getrouwe dienstknechten.
2 Makkabeeën 6:15
Zo heeft hij ook goedgevonden tegen ons te zijn; opdat niet, wanneer onze zonden tot het einde gekomen zijn, hij ten laatste wraak over ons doe.
3 Makkabeeën 7:6
En wij hebben een ieder gelast, en gelasten dat zij tot al het hunne mogen wederkeren, en dat niemand in enige plaats hun enigszins leed doe, noch iets verwijte over hetgeen hun buiten recht en reden wedervaren is.
Statenvertaling on line - bijbel en kunst