Vindplaatsen van het woord daal in het oude testament (4 verzen):

Psalmen 144:5
Neig Uw hemelen, HEERE! en daal neder; raak de bergen aan, dat zij roken.

Jesaja 47:1
Daal af, en zit in het stof, gij jonkvrouw, dochter van Babel! zit op de aarde, er is geen troon meer, gij dochter der ChaldeeŽn! want gij zult niet meer genaamd worden de tedere, noch de wellustige.

Jeremia 48:18
Daal neder uit uw heerlijkheid, en woon in dorst, gij inwoneres, gij dochter van Dibon! want Moabs verstoorder is tegen u opgetogen, hij heeft uw vestingen verdorven.

EzechiŽl 32:19
Boven wien zijt gij liefelijk! Daal neder, en leg u bij de onbesnedenen.