Vindplaatsen van het woord daad in de apocriefe geschriften (4 verzen):

1 Makkabeeën 5:61
Daar zij niet hoorden naar Judas en zijn broeders, menende dat zij ook een mannelijke daad zouden doen.

1 Makkabeeën 5:67
En die dag vielen de priesters in de strijd, daar zij een mannelijke daad wilden doen, omdat zij ten strijde trokken zonder raad.

3 Makkabeeën 1:23
Waarom degenen, die om de koning stonden, als zij dit zagen hebben zij zich omgekeerd, om met de onzen hem aan te roepen, die alle kracht heeft, dat hij in de tegenwoordige nood te hulp wilde komen, en deze onwettige en hovaardige daad niet gedogen.

3 Makkabeeën 5:25
Maar de bloedvrienden, die daar mede aanzaten, over zijn ongestadig gemoed zich verwonderende, spraken deze woorden: O koning, hoe, lang verzoekt gij ons als onverstandigen? gij hebt nu ten derden male gelast hen uit te roeien, en weder op de daad zo herroept gij, uit verandering, wat gij bevolen hebt;