Vindplaatsen van het woord deugd in de apocriefe geschriften (6 verzen):

Boek der Wijsheid 4:1
BETER is het onder kinderen te zijn, en deugd te hebben, want onsterfelijkheid is in de gedachtenis derzelve, dewijl zij beide bij God en bij de mensen gekend wordt.

Boek der Wijsheid 5:14
En kunnen geen teken der deugd tonen, maar zijn in onze boosheid verteerd geworden.

Boek der Wijsheid 8:7
En zo iemand gerechtigheid liefheeft, al haar arbeid is enkel deugd, want zij leert nuchterheid en kloekzinnigheid, gerechtigheid en dapperheid, welke de mens nuttiger zijn in het leven, dan enig ander ding.

2 MakkabeeŽn 6:31
En op deze wijze is hij gestorven, zijn dood niet alleen de jongelieden, maar ook het merendeel van zijn volk, tot een voorbeeld van kloekmoedigheid, en tot een gedachtenis der deugd nalatende.

2 MakkabeeŽn 15:12
En aldus was zijn gezicht: dat Onias, die het hogepriesterschap had bediend, een eerlijk en goed man, eerbaar van omgang, van manieren zachtzinnig, en betamelijk zijn rede voortbrengende, en die van kindsbeen af zich geoefend had in alle dingen, die tot de deugd behoren, dat deze de handen uitstak, en bad voor de vergadering der Joden.

3 MakkabeeŽn 6:1
En een zekere Eleazar, een voortreffelijk man, een uit de priesters van het land, die nu in ouderdom tot zijn jaren gekomen, en met alle deugd in dit leven versierd was, stelde de ouden rondom zich, om de heilige God met hem aan te roepen, en bad aldus: