Vindplaatsen van het woord eder in het oude testament (4 verzen):

Jozua 15:21
De steden nu, van het uiterste van den stam der kinderen van Juda tot de landpale van Edom, tegen het zuiden, zijn: Kabzeel, en Eder, en Jagur,

1 Kronieken 8:15
En Zebadja, en Arad, en Eder,

1 Kronieken 23:23
De kinderen van Musi waren Maheli, en Eder, en Jeremoth; drie.

1 Kronieken 24:30
En de kinderen van Musi waren Maheli, en Eder, en Jeremoth. Dezen zijn de kinderen der Levieten, naar hun vaderlijke huizen.