Vindplaatsen van het woord eendrachtiglijk in de apocriefe geschriften (2 verzen):

Judith 13:22
En zeiden eendrachtiglijk: Geloofd zijt gij, o onze God, die op de huidige dag de vijanden van uw volk teniet hebt gemaakt.

Judith 15:5
Als nu de kinderen Israëls zulks gehoord hadden, vielen zij allen eendrachtiglijk op hen aan en sloegen hen tot Choba toe; desgelijks ook die van Jeruzalem daar gekomen waren, en uit het ganse gebergte, want zij boodschapten hun wat het leger van hun vijanden overkomen was.