Vindplaatsen van het woord eben-haezer in het oude testament (3 verzen):

1 Samuël 4:1
En het woord van Samuël geschiedde aan gans Israël. En Israël toog uit, den Filistijnen tegemoet, ten strijde, en legerde zich bij Eben-haezer, maar de Filistijnen legerden zich bij Afek.

1 Samuël 5:1
De Filistijnen nu namen de ark Gods, en zij brachten ze van Eben-haezer tot Asdod.

1 Samuël 7:12
Samuël nu nam een steen, en stelde dien tussen Mizpa en tussen Sen, en hij noemde diens naam Eben-haezer; en hij zeide: Tot hiertoe heeft de HEERE ons geholpen.