Vindplaatsen van het woord een in de apocriefe geschriften (1672 verzen; getoond worden vers 501 t/m 1000):

Boek der Wijsheid 16:17
Want (hetwelk op het hoogste te verwonderen is) het vuur had een meerdere kracht in het water, hetwelk toch alles uitblust, want de wereld strijdt voor de rechtvaardigen.

Boek der Wijsheid 16:21
Want deze uw onderstutting maakt uw zoetigheid tegen uw kinderen openbaar, maar dienende tot begeerte desgenen die daartoe kwam, werd zij getemperd tot hetgeen een ieder wilde.

Boek der Wijsheid 16:27
Want hetgeen van het vuur niet verdorven was, dat versmolt ganselijk, zijnde verwarmd door een kleine straal der zon.

Boek der Wijsheid 16:29
Want de hoop des ondankbaren zal versmelten als een rijm die des winters valt, en zal wegvloeien gelijk onnut water.

Boek der Wijsheid 17:3
Want menende te schuilen in hun heimelijke zonden, onder een donker deksel der vergetelheid, zo werden zij verstrooid, schrikkelijk verbaasd, door spokerijen zeer beroerd zijnde.

Boek der Wijsheid 17:8
Want zij, die beloofden van de zieke mens de schrik en beroertenis te verdrijven, deze werden zelf ziek aan een vrees, die belachelijk was.

Boek der Wijsheid 17:11
Want de boosheid is een vervaard ding, veroordeeld door haar eigen getuige, en benauwd zijnde door de conscientie vermoedt altijd het zwaarste.

Boek der Wijsheid 17:12
Want de vrees is niets anders dan een begeven der behulpzaamheden, die van het vernuft voortkomen.

Boek der Wijsheid 17:15
Werden eensdeels door de wonderlijke spokerijen gedreven en anderdeels bezweken zij door begeven hunner ziel: want een snelle en onverwachte vrees overkwam hun.

Boek der Wijsheid 17:17
Want het ware dan een landman of een herder, of een die moeilijker werken doet in de woestijn, zijnde verrast, zo moest hij de onvermijdelijke nood dragen.

Boek der Wijsheid 17:18
Want zij waren allen met een keten der duisternis gebonden.

Boek der Wijsheid 17:19
Hetzij dan dat daar was een suizende wind, of een liefelijk gezang der vogelen, omtrent de dichte takken, of het ruisen van het water, met geweld aflopende, of een hard gerommel der stenen, die van boven nedergeworpen worden, of de onzienlijke loop der springende beesten, of de stem der huilende wreedste dieren, of de weerklank die uit de holen der bergen tegenschalt al deze dingen maakten hen zeer bevreesd en krachteloos.

Boek der Wijsheid 17:21
Maar over hen alleen was een zware nacht uitgestrekt, zijnde een beeld der duisternis die zij zouden ontvangen; doch zij waren zichzelf zwaarder dan de duisternis.

Boek der Wijsheid 18:1
MAAR uw heiligen hadden een zeer groot licht, welker stem zij (de Egyptenaars) wel hoorden, maar zagen hun gedaante niet,

Boek der Wijsheid 18:3
Waarvoor gij hun gaaft een vuurvlammige kolom, die hen geleidde op de weg der onbekende reis, en een zon, die hen niet beschadigde in hun heerlijke herberg.

Boek der Wijsheid 18:5
En als zij beraadslaagd hadden de kleine kinderen der heiligen te doden, en een kind van die in het water uitgezet en behouden was, naamt gij tot overtuiging de menigte hunner kinderen weg, en verdierft hen gezamenlijk in een geweldig water.

Boek der Wijsheid 18:10
En daarentegen klonk een niet overeenstemmend gekrijt der vijanden en een erbarmelijke stem over de kinderen die beweend werden, verspreidde zich ginds en weder.

Boek der Wijsheid 18:12
En zij hadden gezamenlijk allen, onder één naam des doods, ontelbare doden, want de levenden waren zelfs niet genoegzaam om die te begraven, overmits dat hun edelste geslacht in een ogenblik tijds verdorven werd.

Boek der Wijsheid 18:15
Toen daalde uw alvermogend woord van de hemel uit de koninklijke troon af, als een ernstig krijgsheld in het midden van het land, dat verdorven zou worden.

Boek der Wijsheid 18:16
Dragende een scherp zwaard, namelijk uw ongeveinsd gebod, en staande vervulde het alles met doden, en raakte wel aan de hemel, maar ging ook op de aarde.

Boek der Wijsheid 18:17
Toen ontroerden hen terstond zeer de inbeeldingen van schrikkelijke dromen, en een onverwachte vrees overkwam hun.

Boek der Wijsheid 18:18
En de een herwaarts, de ander derwaarts geworpen liggende, half dood, openbaarde om wat oorzaak hij stierf.

Boek der Wijsheid 18:20
Ook heeft eenmaal de aanvechting des doods de rechtvaardigen aangeraakt en is in de woestijn een verbreking der menigte geschied, maar die toorn duurde niet lang.

Boek der Wijsheid 18:21
Want de onstrafbare man kwam haastig en streed voor hen, brengende de wapenen van zijn dienst, namelijk het gebed en de verzoening door het reukwerk, en stelde zich tegen de gramschap en maakte een einde aan de jammer, betonende dat hij uw dienstknecht was.

Boek der Wijsheid 19:3
Want hebbende nog de rouw in handen en klagende bij de graven der doden, namen zij een ander dwaas voornemen: die zij met smekingen hadden uitgestoten, dezen hebben zij als vluchtenden vervolgd.

Boek der Wijsheid 19:4
Want de noodzakelijkheid, die zij waardig waren, trok hen tot dit einde, en bracht hen in een vergetelheid der dingen die hun wedervaren waren, opdat zij vervullen zouden de plaag die aan hun pijnen nog ontbrak.

Boek der Wijsheid 19:5
En opdat uw volk een zeer wonderlijke reis doen zou, maar zij een vreemde dood vinden.

Boek der Wijsheid 19:7
En waar tevoren water stond, zag men droog land opkomen, en uit de Rode zee een weg zonder verhindering, en uit een sterke vloed, een grasdragend veld.

Boek der Wijsheid 19:10
Want zij waren nog gedachtig de dingen die geschied waren in het land van hun vreemdelingschap; hoe de aarde in plaats van voortteling van beesten, vliegen had voortgebracht, en de rivier in plaats van vissen, een menigte van vorsen uitgeborreld had.

Boek der Wijsheid 19:11
En ten laatste hebben zij ook gezien een nieuwe geboorte van vogelen, toen zij door lust gedreven zijnde lekkere spijs begeerden.

Boek der Wijsheid 19:13
Niet zonder voorgaande tekenen van zekere geweldige bliksemen, want zij leden rechtvaardig voor hun eigen boosheden, dewijl zij een zwaarder vijandschap tegen vreemdelingen geoefend hadden als die van Sodom; want dezen namen de onbekenden die daar kwamen niet aan, maar genen dwongen tot dienstbaarheid de vreemdelingen, die hun weldaden bewezen hadden.

Boek der Wijsheid 19:17
Want de elementen worden gevoegelijk door zichzelf veranderd, gelijk in een snarenspel de tonen de naam van de melodie veranderen, blijvende altijd in hun weerklank, hetwelk men afleiden kan uit een naarstig opmerken der dingen die geschied zijn.

Jezus Sirach 1:7
Eén is er wijs, zeer vreselijk, zittende op zijn troon.

Jezus Sirach 1:10
De vreze des Heren is eer, en roem, en vrolijkheid, en een kroon der verheuging.

Jezus Sirach 1:11
De vrees des Heren vermaakt het hart, en geeft vrolijkheid en vreugde, en een lang leven.

Jezus Sirach 1:14
Bij de mensen heeft zij een eeuwig fundament gelegd, en bij hun zaad zal zij worden vertrouwd.

Jezus Sirach 1:19
De wijsheid giet de wetenschap en de kennis van het verstand uit als een plasregen en verhoogt de heerlijkheid der genen, die haar vasthouden.

Jezus Sirach 1:20
De wortel der wijsheid is de Here vrezen, en haar takken zijn een lang leven.

Jezus Sirach 1:22
Een toornig man zal niet kunnen gerechtvaardigd worden, want de hevigheid zijns toorns is hem ten val.

Jezus Sirach 1:23
Een lankmoedig man zal een tijdlang verdragen, en ten laatste zal hem de vrolijkheid vergelden.

Jezus Sirach 1:24
Hij zal zijn woorden een tijdlang verbergen, maar de lippen van velen zullen zijn verstand verhalen.

Jezus Sirach 1:25
In de schatten der wijsheid zijn gelijkenissen der wetenschap, maar de godsdienstigheid is de zondaar een gruwel.

Jezus Sirach 1:28
Als gij behoeftig zijt, zo wantrouw de vreze des Heren niet, en ga niet tot hem met een dubbel hart.

Jezus Sirach 2:13
Want de Here is een ontfermer en barmhartige, moedig en van grote barmhartigheid, vergeeft de zonden, en behoedt in de tijd der verdrukking.

Jezus Sirach 2:15
Wee een slap hart, omdat het niet gelooft, daarom zal het niet beschermd worden.

Jezus Sirach 3:12
Want de eer des mensen komt hem uit de eer zijns vaders, en een moeder die in oneer is, die is de kinderen een verwijt.

Jezus Sirach 3:18
Wie zijn vader verlaat, die is gelijk een godslasteraar, en wie zijn broeder tot toorn verwekt, die is vervloekt van de Here.

Jezus Sirach 3:27
Een hard hart zal op het laatste kwalijk varen, en die het gevaar liefheeft zal daarin vergaan.

Jezus Sirach 3:28
Een hard hart zal bezwaard worden met moeite, en de zon daar zal zonden, op zonden ophopen.

Jezus Sirach 3:29
Als ongeluk over de hovaardigen gebracht wordt, zo is daar geen genezing; zijn aanslagen zullen ontworteld worden, want een plant der boosheid is in hem ingeworteld.

Jezus Sirach 3:32
En de Here, die de weldaden vergeldt, gedenkt aan deze in het toekomende, en hij zal in de tijd van zijn val een steunsel vinden.

Jezus Sirach 4:3
Ontroer een verstoord hart niet verder, en onthoud de gave des behoeftigen niet.

Jezus Sirach 4:7
Maak u zelf lieftallig in de vergadering, en verneder uw hoofd voor een machtige.

Jezus Sirach 4:10
Wees de wezen als een vader, en hun moeder in plaats van een man.

Jezus Sirach 4:11
En gij zult zijn gelijk een zoon des Allerhoogsten, en hij zal u meer beminnen dan uw moeder doet.

Jezus Sirach 4:20
En zij zal wederom tot hem keren door een rechte weg en hem verheugen;

Jezus Sirach 4:25
Want daar is een beschaamdheid, die zonde aanbrengt, en daar is een beschaamdheid, die eer en gunst brengt.

Jezus Sirach 4:35
Zijt niet als een leeuw in uw huis, en onder uw huisknechten als een die met verbeelding gekweld is.

Jezus Sirach 5:13
Zijt ras om wat goeds te horen, en leef in oprechtheid, en geef een recht antwoord met lankmoedigheid.

Jezus Sirach 5:17
Want een bezwaarlijke schaamte komt over een dief, en een schadelijke verdoemenis over de tweetongige.

Jezus Sirach 6:1
WORD geen vijand in plaats van een vriend, want zulk een zal een boze naam, schaamte en verwijt beërven; zo zal ook de zondaar, die tweetongig is, oneer behalen.

Jezus Sirach 6:2
Verhef u niet in de raad uwer ziel, opdat uw ziel niet gelijk een stier herwaarts en derwaarts gescheurd worde.

Jezus Sirach 6:3
Gij zult uw bladeren opeten, en uw vruchten verderven, en uzelf laten als een dorre boom.

Jezus Sirach 6:4
Een boze ziel zal verderven degene die haar bezit, en zal maken dat de vijanden over haar verblijd worden.

Jezus Sirach 6:5
Een zoete keel vermenigvuldigt haar vrienden, en een welsprekende tong vermenigvuldigt de vriendelijke aanspraken.

Jezus Sirach 6:6
Maak dat velen met u in vrede leven, doch heb maar een van duizenden die uw raadgever zij.

Jezus Sirach 6:7
Zo gij een vriend wilt verkrijgen, zo krijg hem in de verzoeking en vertrouw uzelf hem niet te haastig.

Jezus Sirach 6:9
Ook is er menig vriend die veranderd wordt in een vijand, en die u in het openbaar met verwijt bestrijden zal.

Jezus Sirach 6:14
Een getrouw vriend is een sterke bescherming, en wie die gevonden heeft, die heeft een schat gevonden.

Jezus Sirach 6:15
Daar is geen verwisseling tegen een getrouwe vriend, en daar is geen gewicht zijner schoonheid.

Jezus Sirach 6:16
Een getrouw vriend is een medicijn des levens, en die de Here vrezen zullen hem vinden.

Jezus Sirach 6:20
Want in haar werking zult gij wel een weinig vermoeid worden, en haast zult gij van haar gewas eten.

Jezus Sirach 6:22
Zij is bij hem gelijk een harde steen der beproeving, en hij zal niet vertoeven haar weg te werpen.

Jezus Sirach 6:30
En haar boeien zullen u zijn tot een sterke bescherming, en haar halsijzers tot een heerlijke tabberd.

Jezus Sirach 6:31
Want een gulden versiersel is op haar, en haar banden zijn een hyacinten draad.

Jezus Sirach 6:32
Gij zult haar aantrekken als een heerlijke tabberd en zult haar uzelf opzetten als een kroon der vrolijkheid.

Jezus Sirach 6:36
Indien gij een verstandig man ziet, zo maak u des morgens vroeg tot hem, en uw voet betrede gestadig de trappen van zijn deuren.

Jezus Sirach 7:6
Zoek niet een rechter te worden, want gij mocht niet sterk genoeg zijn de ongerechtigheden weg te nemen; dat gij niet te eniger tijd voor het aangezicht des machtigen vreest, en een aanstoot legt in uw rechte handeling.

Jezus Sirach 7:8
Bind een zonde niet tweemaal aan, want zelfs in een zult gij niet onschuldig zijn.

Jezus Sirach 7:11
Belach de mens niet die in bitterheid zijner ziel is, want daar is een die vernedert en verhoogt.

Jezus Sirach 7:18
Verwissel uw vriend niet om enig middelmatig ding, het zij wat het wil, noch een oprechte broeder om goud uit Ofir.

Jezus Sirach 7:19
Het ontbreke u niet aan een wijze en goede vrouw, want haar aangenaamheid overtreft het goud.

Jezus Sirach 7:21
Laat uw ziel een verstandige huisknecht liefhebben, en onthoud hem de vrijheid niet.

Jezus Sirach 7:25
Geef uw dochter uit, en gij zult een groot werk volbracht hebben; en geef haar aan een verstandig man.

Jezus Sirach 7:26
Hebt gij een vrouw naar uw hart, werp haar niet uit, en geef u zelf aan een gehate niet over.

Jezus Sirach 7:35
Gaven zijn aangenaam bij alle levenden, en aan een dode verhinder de weldadigheid niet.

Jezus Sirach 8:2
Twist niet met een rijk mens, opdat hij u misschien niet overmag.

Jezus Sirach 8:4
Strijd niet met een klapachtig mens, en hoop geen hout op zijn vuur.

Jezus Sirach 8:5
Scherts niet met een ongeschikte, opdat uw voorouders van hem niet onteerd worden.

Jezus Sirach 8:15
Leen niemand die machtiger is dan gij, en indien gij hem wat geleend zult hebben, zo zijt als een die het verloren hebt.

Jezus Sirach 8:18
Wandel niet met een stoute, opdat hij u niet bezware, want hij zal naar zijn wil doen, en gij zoudt door zijn dwaas heid mee vergaan.

Jezus Sirach 8:19
Verwek geen strijd met een toornige, en ga niet met hem door de woestijn, gelijk als niets is het bloed in zijn ogen, en waar geen hulp is, daar zal hij u ter neder werpen.

Jezus Sirach 8:20
Beraad u niet met een dwaas, want hij zal geen zaak kunnen bedekken.

Jezus Sirach 8:21
Doe niets heimelijks voor een vreemde, want gij weet niet wat hij baren zal.

Jezus Sirach 9:4
Ga niet om met een snarenspeelster, dat gij niet te eniger tijd gevangen wordt in haar handelingen.

Jezus Sirach 9:5
Aanschouw een maagd niet te zeer, dat gij niet misschien geërgerd wordt in haar bestraffingen.

Jezus Sirach 9:8
Wend uw oog af van een schone vrouw, en beschouw geen vreemde schoonheid.

Jezus Sirach 9:9
Want door de schoonheid der vrouw zijn velen verleid geworden, en uit deze wordt de liefde als een vuur aangestoken, en leg u niet neder met haar in de armen.

Jezus Sirach 9:10
Bij een getrouwde vrouw zit geheel en al niet.

Jezus Sirach 9:12
Verlaat een oude vriend niet, want de nieuwe is hem niet gelijk.

Jezus Sirach 9:13
Een nieuwe vriend is gelijk nieuwe wijn: als hij zal oud geworden zijn, drink hem met verheuging.

Jezus Sirach 9:21
Door de hand der kunstenaren zal een werk geprezen worden, en een wijs voorganger des volks, door zijn woord.

Jezus Sirach 9:22
Een klapachtig man is verschrikkelijk in zijn stad, en die te voortvarend is in zijn rede, zal gehaat worden.

Jezus Sirach 10:1
EEN wijs rechter onderwijst zijn volk, en de heerschappij des verstandigen is ordelijk aangesteld.

Jezus Sirach 10:3
Een koning, die niet onderwezen is, zal zijn volk verderven, maar een stad zal door verstand der machtigen bewoond worden.

Jezus Sirach 10:4
De macht op aarde is in de hand des Heren, en hij zal te zijner tijd over haar verwekken een, die nuttig is.

Jezus Sirach 10:8
Een koninkrijk wordt van het ene volk tot het andere overgebracht, vanwege ongerechtigheden en moedwilligheden en rijkdommen, die door bedrog verkregen zijn; wat verhovaardigt zich toch aarde en as?

Jezus Sirach 10:9
Daar is voorwaar niets onrechtvaardiger dan een geldgierige.

Jezus Sirach 10:11
De medicijnmeester houdt een lange ziekte af, en heden is iemand koning, en morgen zal hij sterven.

Jezus Sirach 10:12
Want wanneer een mens sterft, zo beërft hij kruipende en wild gedierte en wormen.

Jezus Sirach 10:13
Het beginsel der hovaardigheid is, wanneer een mens van de Here afwijkt, en zijn hart afwijkt van degene die hem gemaakt heeft.

Jezus Sirach 10:14
Want hovaardigheid is een beginsel der zonde, en die daarbij blijft, die bedrijft zeer gruwelijke moedwil, doch op het einde zal hij omgekeerd worden.

Jezus Sirach 10:22
Die de Here vrezen zijn een gewis zaad, en die Hem liefhebben een kostelijke plant; daarentegen die op de wet niet achten, zijn een schandelijk zaad; die de geboden overtreden een afdwalend zaad.

Jezus Sirach 10:24
De vreze des Heren is een heerschappij ook voor het lot, maar hardigheid en hovaardigheid is een wegwerping der heer schappij.

Jezus Sirach 10:26
Het is niet recht dat men een arme onteert die verstandig is, en het betaamt niet dat men een zondaar eert.

Jezus Sirach 10:28
Een verstandige huisknecht zullen de vrijen dienen; en een man van wetenschap zal niet murmureren als hij onderwezen wordt.

Jezus Sirach 10:33
Een arme wordt verheerlijkt vanwege zijn wetenschap, en een rijke wordt verheerlijkt vanwege zijn rijkdom.

Jezus Sirach 11:9
Twist niet om een zaak die u niet aangaat; en zit niet bij in het gericht der zondaren.

Jezus Sirach 11:22
Want het is in de ogen des Heren licht, snel en onvoorziens een arme rijk te maken.

Jezus Sirach 11:23
De zegen des Heren is in het loon van de godvrezende; en in een korte tijd doet hij zijn zegen uitspruiten.

Jezus Sirach 11:28
Een kwaad uur maakt dat men de wellust vergeet, en aan het einde van de mens is de ontdekking zijner werken.

Jezus Sirach 11:29
Spreek niemand zalig voor zijn dood; ook aan zijn kinderen wordt een man gekend.

Jezus Sirach 11:30
Leid niet een ieder in uw huis, want de lagen van de lasteraar zijn vele.

Jezus Sirach 11:31
Gelijk een gevangen veldhoen in een kooi, alzo is het hart des hovaardigen, en gelijk een bespieden die daarover komt om te doen vallen.

Jezus Sirach 11:32
Want hij loert verkerende het goede in het kwade; ja in uitgelezen dingen zal hij u een schandvlek opleggen.

Jezus Sirach 11:33
Van een kleine vonk wordt de gloeiende kool vermenigvuldigd, en een mens die een zondaar is loert op bloed.

Jezus Sirach 11:34
Wacht u voor een boosdoener, want hij smeedt boze dingen; dat hij u niet te eniger tijd een eeuwige schandvlek geve.

Jezus Sirach 11:35
Laat een vreemde in uw huis wonen, en hij zal u door onrust verstoren, en zal u van enige uwer eigen goederen ontvreemden.

Jezus Sirach 12:11
Indien hij zou vernederd worden, en gekromd gaan, bedwing uzelf, en wacht u van hem, en gij zult hem zijn als die een spiegel heeft afgeveegd, en zult gewaar worden, dat hij die niet tot het einde toe verroest maken kan.

Jezus Sirach 12:13
Wie zal zich ontfermen over een bezweerder, die van een slang gebeten is? en over allen die tot de wilde dieren naderen? zo gaat het met hem die zich ophoudt bij een zondaar, en zich vermengt in zijn zonden.

Jezus Sirach 12:14
Hij zal een uur bij u blijven in een gerechte staat, en indien gij zoudt uitwijken, zo zal hij niet volharden.

Jezus Sirach 12:15
En de vijand zal wel met zijn lippen zoet spreken, maar in zijn hart zal hij beraadslagen om u in een gracht te werpen.

Jezus Sirach 12:17
Indien u iets kwaads zou ontmoeten, gij zult hem aldaar eerder vinden dan uzelf, en zich stellende als een mens die helpen wil, zal hij uw hiel doorklieven.

Jezus Sirach 13:3
Wat gemeenschap zal de aarden pot met een ketel hebben? deze zal daaraan stoten, en de andere zal verbrijzeld worden.

Jezus Sirach 13:4
Een rijke doet onrecht, en men smeekt hem; een arme doet onrecht, en hij wordt bedreigd.

Jezus Sirach 13:11
Als u een machtig heer tot zich nodigt, zo maak u ter zijde, en hij zal u zo veel te meer en te vaker tot zich noden.

Jezus Sirach 13:19
Alle vlees vergadert zich naar zijn geslacht, en een man hangt zijns gelijke aan.

Jezus Sirach 13:20
Wat gemeenschap zal een wolf hebben met een lam? zo is een zondaar tegen degene, die de Here vreest.

Jezus Sirach 13:21
Wat vrede zal een hyëna hebben met een hond? en wat vrede zal een rijke hebben met een arme?

Jezus Sirach 13:23
Gelijk de nederigheid is der hovaardigen gruwel, zo is ook de arme voor de rijke een gruwel.

Jezus Sirach 13:24
Wanneer een rijke bewogen wordt, zo wordt hij van zijn vrienden onderstut; maar wanneer een arme valt, zo wordt hij daarenboven van zijn vrienden verstoten.

Jezus Sirach 13:25
Wanneer een rijke struikelt, zo heeft hij velen, die hem ophelpen; heeft hij onbetamelijke dingen gesproken, men recht vaardigt hem evenwel.

Jezus Sirach 13:26
Een nederige struikelt, en men bekijft hem nog daartoe; hij heeft verstandige rede gesproken, en men geeft hem geen plaats.

Jezus Sirach 13:30
Het hart des mensen verandert zijn aangezicht, het zij ten goede of ten kwade, en een hart in genoegen groenende maakt een vrolijk aangezicht.

Jezus Sirach 13:31
Een groenend aangezicht is een teken van een hart dat wel gesteld is, en vinding der gelijkenissen in overlegging met moeite.

Jezus Sirach 14:3
De rijkdom voegt geen karig mens wel, en waartoe dient geld een nijdig mens?

Jezus Sirach 14:6
Daar is geen bozer mens dan die zichzelf wangunstig is, en dat is een vergelding zijner boosheid.

Jezus Sirach 14:8
Het is een boos mens, die met het oog afgunstig is, die het aangezicht afwendt, en veracht de zielen.

Jezus Sirach 14:10
Een boos oog is nijdig over brood, en lijdt gebrek aan zijn tafel.

Jezus Sirach 14:15
Zult gij niet uw arbeid een ander moeten nalaten? en uw moeite tot verdeling des lots?

Jezus Sirach 14:18
Alle vlees veroudert gelijk een kleed, want het verbond van de eeuw aan is dit: Gij zult de dood sterven.

Jezus Sirach 14:19
Gelijk een groenend blad op een dichte boom; enige werpt hij af, en andere doet hij uitspruiten; zo is het met het geslacht van het vlees en van het bloed, het ene sterft en het andere wordt geboren.

Jezus Sirach 14:22
Die zijn wegen in zijn hart bezint, die zal ook in haar verborgenheden verstandig worden; ga uit achter haar gelijk een naspeurder, en loer op haar wegen.

Jezus Sirach 14:25
Zal herberg hebben in een herberg vol goeds, en zal zijn kinderen stellen onder haar bescherming, en onder haar takken zal hij overnachten.

Jezus Sirach 15:2
En gelijk een moeder zal zij hem tegemoet gaan, en gelijk een vrouw die hij als zij maagd was getrouwd heeft, zal zij hem ontvangen.

Jezus Sirach 15:6
Hij zal vrolijkheid en een kroon der verheuging vinden, en zij zal hem een eeuwige naam doen beërven.

Jezus Sirach 16:1
VERLANG niet naar een onnutte menigte van kinderen, en verheug u niet over goddeloze zonen; indien zij vermenigvuldigen verheug u over hen niet, zo de vreze des Heren bij hen niet is.

Jezus Sirach 16:3
Want één rechtvaardige is beter dan duizend zulken.

Jezus Sirach 16:5
Want van een verstandige zal een stad met inwoners bezet worden; maar het geslacht der goddelozen zal haastig woest worden.

Jezus Sirach 16:7
In de vergadering der zondaren zal een vuur aangestoken worden, en toorn is ontstoken geweest onder een ongehoorzaam volk.

Jezus Sirach 16:9
Hij verschoonde die niet, bij welke Lot woonde; aan welke hij een gruwel had, vanwege hun hovaardigheid.

Jezus Sirach 16:11
En alzo heeft de Here zeshonderd duizend mannen te voet, welke tezamen vergaderd waren in de hardigheid hunner harten, door ontferming en kastijding behouden, geselende, ontfermende, slaande, genezende; indien dan een hardnekkige zou zijn onder het volk, het ware een wonder dat die ongestraft zou blijven.

Jezus Sirach 16:12
Want ontferming en toorn is bij hem; hij is een machtig Here, die haastig verzoend wordt, en toorn uitstort.

Jezus Sirach 16:13
Gelijk zijn barmhartigheid groot is, zo is ook zijn kastijding; hij zal een ieder oordelen naar zijn werken.

Jezus Sirach 16:15
Maak plaats voor allerlei aalmoezen, want een ieder zal vinden naar zijn werken. De Here heeft Faraö verhard, dat hij hem niet kende, opdat zijn werken zouden bekend worden bij het geslacht onder de hemel; zijn barmhartigheid is alle schepselen openbaar, en zijn licht en duisternis heeft hij onderscheiden met een diamantsteen.

Jezus Sirach 16:17
Onder een groot volk zal men aan mij niet gedenken, want wat is mijn ziel onder de onmetelijke schepselen?

Jezus Sirach 16:21
En wie kan zijn wegen bedenken? zij zijn gelijk een storm wind, welke de mens niet zien kan; en het meerderdeel zijner werken is voor ons verborgen.

Jezus Sirach 16:23
Die klein geworden is overlegt deze dingen, maar een dwaas man, verdwaald zijnde, overlegt dwaze dingen.

Jezus Sirach 16:27
Hij heeft zijn werken versierd in eeuwigheid, hun beginselen door zijn hand in alle geslachten; zij hebben geen honger gehad, en zijn niet vermoeid geweest in zijn maakselen, en zijn niet be zweken van zijn werken, niet een heeft zijn naaste verdrukt;

Jezus Sirach 17:2
Hij heeft hun een getal van dagen, en een bestemde tijd gegeven, en heeft hun macht gegeven over de dingen die daarop zijn.

Jezus Sirach 17:5
En voor het zesde heeft hij hun het vernuft geschonken, uit delende zijn gaven, en voor het zevende, de spraak, welke is een uitlegging zijner werken.

Jezus Sirach 17:6
Hij heeft hun gegeven raad, en tong, en ogen, oren, en een hart om te overleggen; met wetenschap des verstands heeft hij hen vervuld, en hun hetgeen goed en kwaad is getoond.

Jezus Sirach 17:9
Hij heeft hun nog toegelegd wetenschap, en hun de wet des levens tot een erfdeel gegeven, opdat zij zouden verstaan, dat zij nu sterfelijk zijn.

Jezus Sirach 17:10
Een eeuwig verbond heeft hij met hen opgericht, en hun getoond zijn oordelen.

Jezus Sirach 17:12
Wacht u van alle ongerechtigheid, en heeft hun geboden gegeven, elk een van zijn naaste.

Jezus Sirach 17:14
Want in de verdeling der volken van het ganse aardrijk heeft bij over elk volk een overste gesteld, maar Israël nam hij tot zijn deel aan, welke, zijnde zijn eerstgeborene, de tucht op voedt, en hij deelt hem mede het licht der liefde, en begeeft hem niet.

Jezus Sirach 17:17
Want de barmhartigheid tegen de man is gelijk een zegel bij hem, en zal de genade tegen de mens bewaren als zijn oogappel, gevende zijn zonen en dochters bekering, daarna zal hij opstaan en hen weder vergelden, en hun vergelding zal hij op hun hoofd vergelden.

Jezus Sirach 17:20
Ga weder tot de Allerhoogste, en keer u af van ongerechtigheid, want hij zal u geleiden uit de duisternis in een verlichting der gezondheid.

Jezus Sirach 17:23
Van een dode, als die van een die niet meer is, gaat de dankzegging verloren.

Jezus Sirach 18:2
De Here is alleen rechtvaardig, en daar is geen ander dan hij; hij heeft de wereld gebouwd met de span zijner hand, en alle dingen zijn zijn wil gehoorzaam. Want hij is een koning aller dingen door zijn kracht, onderscheiden daarin hetgeen heilig is van het onheilige.

Jezus Sirach 18:8
Het getal der dagen des mensen aangaande honderd jaren zijn vele, maar het ontslapen van een ieder kan van niemand berekend worden.

Jezus Sirach 18:9
Gelijk een droppel water is te rekenen tegen het water van de zee, en een greintje zand tegen het zand aan de zee, zo zijn duizend jaren tegen de dagen der eeuwigheid.

Jezus Sirach 18:13
Hij bestraft, en onderwijst, en leert, en bekeert gelijk een herder zijn kudde.

Jezus Sirach 18:16
Zal niet de dauw de hitte doen ophouden? zo is een woord beter dan een gave.

Jezus Sirach 18:17
Zie, is een woord niet boven een goed geschenk? en beide zijn ze bij de mens aangenaam.

Jezus Sirach 18:18
Een zot verwijt zijn weldaad onbeleefd, en de gift van een nijdig mens doet hem de ogen uitdrogen.

Jezus Sirach 18:23
Bereid uzelf eer gij uw gelofte doet, en wees niet gelijk een die de Here verzoekt.

Jezus Sirach 18:26
Van 's morgens vroeg tot op de avond verandert de tijd, en al deze dingen zijn haastig voor de Here. Een wijs mens vreest altijd, en in de dagen der zonden wacht hij zichzelf voor mishandeling, maar een dwaas zal de tijd niet waarnemen.

Jezus Sirach 18:27
Een ieder die verstandig is kent wijsheid en onderwijzing.

Jezus Sirach 18:29
Die verstandig zijn in woorden, die handelen ook wijs; en gieten uit, als een regen, scherpzinnige spreuken tot het leven. Beter is het betrouwen op de Here alleen, daar het dode hart hangt aan hetgeen dat dood is.

Jezus Sirach 18:31
Indien gij uw zielen toereikt de lust van haar welbehagen, zo zult gij uw vijanden die u benijden een vreugde maken.

Jezus Sirach 18:33
Word niet arm, makende gelagen van ontleend geld, daar gij niets hebt in de beurs, want anders zult gij een verspieder zijn van uw eigen leven, waar men van spreken zal.

Jezus Sirach 19:1
EEN arbeider, die een dronkaard is, zal niet rijk worden, en die het weinige versmaadt, zal gaandeweg vervallen.

Jezus Sirach 19:3
Die zullen de maden en wormen tot erfdeel hebben, en hij zal uitdrogen tot een zeer schandelijk voorbeeld.

Jezus Sirach 19:7
Herhaal een rede nimmermeer, en het zal u niet wezen tot vermindering.

Jezus Sirach 19:11
Een dwaas zal smarten lijden vanwege een woord, gelijkerwijs een barende vrouw vanwege het kind.

Jezus Sirach 19:12
Gelijk een pijl, die in de heup van het vlees vaststeekt, zo is een woord in de buik van een dwaas.

Jezus Sirach 19:16
Laat uw hart niet elk woord geloven; menigeen struikelt in een woord en niet van harte, en wie is er die met zijn tong niet struikelt?

Jezus Sirach 19:18
De vreze des Heren is een beginsel der aanneming, en de wijsheid die van hem komt verkrijgt liefde; kennis der geboden des Heren is onderwijzing des levens, en die doen wat hem behagelijk is, zullen de boom der onsterfelijkheid tot vrucht genieten.

Jezus Sirach 19:19
De vreze van de Here komende, is de gehele wijsheid, en in alle wijsheid is de onderhouding der wet, en kennis zijner almogendheid. Een huisknecht zeggende tot zijn heer: Gelijk het u behaagt zal ik niet doen, indien hij het daarna doet, ver toornt degene, die hem voedt.

Jezus Sirach 19:21
Daar is boosheid en die is een gruwel, en daar is een onverstandige, die het aan wijsheid ontbreekt.

Jezus Sirach 19:23
Daar is een vlijtige arglistigheid, en ze is onrechtvaardig, en menigeen is er die de genade verandert, om het recht te doen blijken, en menigeen is er die rechtvaardig oordeelt, en die is wijs.

Jezus Sirach 19:27
Een mens wordt aan het gezicht gekend, en een verstandige wordt aan de ontmoeting zijns aangezichts gekend.

Jezus Sirach 19:28
De kleding des mans, en het lachen der tanden, en de gang der mensen, verkondigen wat hij voor een is.

Jezus Sirach 19:29
Daar is een bestraffing die ontijdig is, en daar is een die zwijgt, en hij is wijs.

Jezus Sirach 20:2
Gelijk de lust van een gesnedene is om een jonge dochter te onteren, zo is hij die geweld oefent in het gericht.

Jezus Sirach 20:3
Menigeen is er die zwijgende wijs wordt bevonden, en menig een is er die gehaat wordt vanwege zijn veel klappen

Jezus Sirach 20:5
Een wijs mens zal zwijgen totdat het gelegen tijd is, maar een pocher en onwijze gaat de gelegen tijd voorbij.

Jezus Sirach 20:6
Die te veel woorden heeft, van die heeft men een gruwel, en die zichzelf te veel macht aanneemt, wordt gehaat.

Jezus Sirach 20:8
De zondaar heeft een welbehagen in boze dingen, en menige vond strekt tot schade.

Jezus Sirach 20:13
De gave van een onwijze zal u, die ze ontvangen hebt niet bevorderlijk zijn, en desgelijks ook van een nijdige, vanwege zijn behoeftigheid, want zijn ogen zien, om voor een veel te ontvangen.

Jezus Sirach 20:14
Weinig zal hij geven, en veel verwijten, en zal zijn mond open doen als een uitroeper.

Jezus Sirach 20:16
Een dwaas zal zeggen: Ik heb geen vriend; ik heb geen dank voor mijn weldaden; die mijn brood eten spreken kwalijk van mij.

Jezus Sirach 20:18
Het is beter op een vloer te vallen dan door een tong; zo zal de val der kwade mensen haastig komen.

Jezus Sirach 20:19
Een onaangenaam mens is als een ontijdige klucht, in de mond der ongeschikten zal hij gedurig zijn.

Jezus Sirach 20:20
Een spreuk komende uit de mond eens dwazen zal verworpen worden, want hij spreekt die niet op de bekwame tijd.

Jezus Sirach 20:23
Menigeen belooft zijn vriend uit schaamte, en krijgt hem tot een vijand zonder oorzaak.

Jezus Sirach 20:24
De leugen is een lelijke schandvlek in een mens, en in de mond der ongeschikten is zij gedurig.

Jezus Sirach 20:25
Een dief is te kiezen voor een die steeds liegt, maar beiden zullen zij de verderfenis beërven.

Jezus Sirach 20:26
De manieren van een leugenachtig mens zijn hem een oneer, en zijn schande is steeds bij hem.

Jezus Sirach 20:27
Een wijze bevordert zichzelf door woorden, en een voorzichtig mens behaagt de groten.

Jezus Sirach 20:29
Gaven en geschenken verblinden de ogen der wijzen, en gelijk een toom in de mond, keren zij de bestraffingen af.

Jezus Sirach 20:30
Wijsheid die verborgen is, en een schat die niet bekend is, wat nuttigheid is in beide?

Jezus Sirach 20:31
Een mens die zijn dwaasheid verbergt, is beter dan een mens die zijn wijsheid verbergt; beter is een onvermijdelijke verdraagzaamheid in degene, die de Here zoekt, dan zonder Here een bestuurder te zijn van zijn eigen leven.

Jezus Sirach 21:2
Vlied voor de zonde gelijk voor een slang, want indien gij tot haar naakt, zo zal zij u steken.

Jezus Sirach 21:4
Alle ongerechtigheid is gelijk een tweesnijdend zwaard, en geen genezing is er voor haar wonde.

Jezus Sirach 21:8
Wie machtig is met de tong, die is van verre bekend, maar een verstandige merkt wel wanneer hij struikelt.

Jezus Sirach 21:9
Wie zijn huis met geld van andere lieden bouwt, die is gelijk een die voor zichzelf stenen vergadert tot een tombe op zijn graf.

Jezus Sirach 21:10
De vergadering der goddelozen is gelijk werk dat bijeen vergaderd is, en haar voleinding is een vlam vuurs tot verderf.

Jezus Sirach 21:14
Wie niet kloek is, die zal niet onderwezen worden, hoewel er een kloekheid is die bitterheid vermeerdert.

Jezus Sirach 21:15
De kennis van een wijze zal vermeerderd worden als een watervloed, en zijn raad gelijk een zuivere fontein des levens.

Jezus Sirach 21:16
Het binnenste van de dwaas is gelijk een gebroken vat, het zal geen kennis vatten, zo lang hij leeft.

Jezus Sirach 21:17
Indien de verstandige een wijs woord hoort, zo prijst hij dat, en doet daar nog toe.

Jezus Sirach 21:18
Heeft het een onverstandige gehoord, zo mishaagt het hem, enhij werpt het achter zijn rug.

Jezus Sirach 21:19
De vertelling van een dwaas is gelijk een last op de weg, maar op de lippen van de verstandige wordt aangenaamheid gevonden.

Jezus Sirach 21:21
Gelijk een huis dat vergaan is, zo is de vrijheid van de dwaas, en de kennis van de onverstandige niets anders dan woorden, die men niet onderzoeken kan.

Jezus Sirach 21:23
Een dwaas verheft zijn stem in het lachen, maar een kloek man zal nauwelijks stilletjes lachen.

Jezus Sirach 21:24
De tucht is de voorzichtige man gelijk een gulden versiersel, en gelijk een armband aan de rechterarm.

Jezus Sirach 21:25
De voet van de dwaas is haastig tot een huis in te gaan, maar een mens, die veel ervaren heeft, wordt daarvan beschaamd.

Jezus Sirach 21:26
De onwijze zal over de deur in het huis kijken, maar een man die wel opgevoed is, zal buiten blijven staan.

Jezus Sirach 21:27
Het is een ongeschiktheid des mensen te luisteren aan de deur, maar een voorzichtige bezwaart zich over deze on eer.

Jezus Sirach 21:30
Wanneer een goddeloze de Satan vervloekt, zo vervloekt hij zijn eigen ziel.

Jezus Sirach 21:31
Een oorblazer besmet zijn eigen ziel, en waar hij ook zou mogen gaan wonen, daar zal hij gehaat worden.

Jezus Sirach 22:1
DE luiaard is te vergelijken bij een beslijkte steen, en een ieder schuift hem weg om zijn oneer.

Jezus Sirach 22:2
Een luie is gelijk koedrek op de mesthoop; wie hem op neemt, schudt de hand af.

Jezus Sirach 22:3
Het is des vaders schande wanneer hij een ongeschikte zoon gewonnen heeft, en zulk een dochter wordt hem tot verkleining.

Jezus Sirach 22:4
Een voorzichtige dochter zal erfgenaam zijn van haar man, maar een die beschaamd maakt, is tot droefheid desgenen die haar gegenereerd heeft.

Jezus Sirach 22:5
Een stoute dochter maakt vader en man beschaamd, en van beiden zal zij ongeëerd blijven.

Jezus Sirach 22:6
Een ontijdig verhaal is gelijk muziek in rouw, maar geselen en tuchtiging ter rechter tijd is een werk van wijsheid.

Jezus Sirach 22:7
Kinderen, die in een goed leven worden opgevoed, verbergen de slechte afkomst van hun ouders; kinderen die in verachting en ongeschiktheid zich beroemen, die bevlekken de edele afkomst van hun geslacht.

Jezus Sirach 22:8
Wie een dwaas leert, die lijmt scherven aaneen, en wekt de slapende uit een diepe slaap.

Jezus Sirach 22:9
Wie een dwaas wat vertelt, die vertelt het een sluimerende, en in het einde zal hij zeggen: Wat is het?

Jezus Sirach 22:10
Ween over een dode, want het licht heeft hem begeven. Beween ook een dwaas, want het verstand heeft hem begeven.

Jezus Sirach 22:11
Ween over een dode zachter, dewijl hij rust.

Jezus Sirach 22:12
Want het leven van een dwaas is boven de dood.

Jezus Sirach 22:13
De rouw over een dode duurt zeven dagen, maar over een dwaas en goddeloze al de dagen zijns levens.

Jezus Sirach 22:14
Spreek niet lang met een onwijze, en ga niet tot een onverstandige, want ongevoelig zijnde zal hij al uw dingen voor niets achten.

Jezus Sirach 22:18
Zand en zout en een klomp ijzer zijn lichter om te dragen, dan een onverstandig mens.

Jezus Sirach 22:19
Gelijk een houten band, vast ingebonden in een ge bouw, niet los gaat door een schudding, zo wordt een hart steunende op welbedachte raad, nimmer door vrees bevangen.

Jezus Sirach 22:20
Een hart dat op verstandige gedachten gevestigd is, is gelijk een versierd pleisterwerk aan de muur van een pand.

Jezus Sirach 22:22
Zo kan een bevreesd hart in de gedachte van de dwaas tegen geen vrees bestaan.

Jezus Sirach 22:23
Wie in een oog steekt, brengt daar tranen uit, en die in het hart steekt brengt het gevoelen te voorschijn.

Jezus Sirach 22:24
Wie een steen onder de vogelen werpt, die jaagt ze weg, en wie zijn vriend scheldt, die maakt de vriendschap los.

Jezus Sirach 22:26
Indien gij de mond tegen uw vriend opengedaan hebt, zo vrees niet, want daar is verzoening, behalve in versmading en hovaardigheid, en openbaring van hetgeen verborgen is, en bedriegelijke verwonding, want om deze dingen vliedt een iegelijk vriend weg.

Jezus Sirach 22:30
Een vriend te beschermen zal ik mij niet schamen, en voor zijn aangezicht zal ik mij niet verbergen, zelfs zo mij iets kwaads overkomt om zijnentwil, een iegelijk die het hoort zal zich voor hem wachten.

Jezus Sirach 22:31
Wie zal mij een wacht aan mijn mond stellen, en een scherpzinnig zegel op mijn lippen, opdat ik niet schielijk valse vanwege mijn tong, en zij mij niet verderve?

Jezus Sirach 23:2
Wie zal geselen bestellen over mijn gedachte, en een onderrichting der wijsheid in mijn hart? opdat gij Here mijn onwetendheden niet verschoont, en de moedwil der openbare zondaren niet voorbijgaat;

Jezus Sirach 23:4
O Here, Vader en God mijns levens, geef mij geen verheffing der ogen, en wend een stout gemoed altijd van uw knechten af.

Jezus Sirach 23:5
Weer van mij af ijdele hoop en begeerte, en behoud hem die u altijd wil dienen; laat mij de begeerte des buiks, en de bij slaap niet innemen, en geef mij, uw knecht, niet over aan een onbeschaamd gemoed.

Jezus Sirach 23:6
Hoort, mijn kinderen, de onderwijzing van een waarachtige mond, en wie zij bewaart, die zal in zijn lippen niet gevangen worden.

Jezus Sirach 23:7
De zondaar zal in zijn onvoorzichtigheid gevat worden, en een schimper en hovaardige zullen zich daaraan stoten.

Jezus Sirach 23:9
Want gelijkerwijs een huisknecht, die steeds met geselen onderzocht wordt, geen gebrek heeft van striemen, zo wordt die zweert en doorgaans de heilige noemt, van de zonde niet gereinigd.

Jezus Sirach 23:10
Een man die veel zweert, is vol ongerechtigheid, en de gesel zal van zijn huis niet wijken.

Jezus Sirach 23:13
Het is een wijze van spreken rondom met de dood bekleed; laat die niet gevonden worden in het erfdeel Jakobs.

Jezus Sirach 23:18
Een mens die gewend is tot scheldwoorden, die zal al de dagen zijns levens niet onderwezen worden.

Jezus Sirach 23:20
Een hittige ziel is gelijk een brandend vuur; het wordt niet uitgeblust tot het verslonden is.

Jezus Sirach 23:21
Een hoereerder, die met het lichaam zijns vleses hoererij bedrijft, rust niet totdat hij een vuur ontstoken heeft.

Jezus Sirach 23:22
Een hoereerder is allerlei brood zoet; hij zal niet aflaten totdat hij zijn einde neemt.

Jezus Sirach 23:23
Een mens die aftreedt van zijn bed, zegt bij zichzelf: Wie ziet mij?

Jezus Sirach 23:29
Desgelijks ook een vrouw, die haar man verlaat, en een erve van een ander bekomt.

Jezus Sirach 23:30
Want vooreerst is zij de wet des Allerhoogsten ongehoorzaam geweest, en ten tweede heeft zij kwalijk gehandeld jegens haar man, en ten derde heeft zij in hoererij overspel bedreven, en uit een andere man kinderen voortgebracht.

Jezus Sirach 23:33
Haar gedachtenis zal zij tot een vervloeking nalaten, en haar versmaadheid zal niet uitgewist worden.

Jezus Sirach 23:35
Het is een grote heerlijkheid God te volgen, en een lang leven, dat gij van hem aangenomen wordt.

Jezus Sirach 24:3
Ik ben van de mond des Allerhoogsten uitgegaan, en gelijk een nevel heb ik de aarde bedekt.

Jezus Sirach 24:4
Ik heb mijn tent in de hoogste plaatsen opgeslagen, en mijn troon in een wolkkolom.

Jezus Sirach 24:10
Vóór de wereld, van den beginne heeft hij mij geschapen, en tot in eeuwigheid neem ik niet af; in een heilige tabernakel heb ik in zijn tegenwoordigheid gediend;

Jezus Sirach 24:11
En zo ben ik in Sion bevestigd. In een geheiligde stad heeft hij mij insgelijks doen rusten, en in Jeruzalem is mijn macht.

Jezus Sirach 24:12
En ben ingeworteld in een verheerlijkt volk, in het deel des Heren, dat is zijn erfdeel.

Jezus Sirach 24:13
Ik ben verhoogd geworden als een cederboom op Libanon, en gelijk een cypresseboom op de bergen van Hermon.

Jezus Sirach 24:14
Ik ben verhoogd geworden gelijk een dadelboom te Engedi, en gelijk een, rozeboom te Jericho.

Jezus Sirach 24:15
Gelijk een schone olijfboom in een fraai veld, en gelijk de boom Platanus ben ik uit het water verhoogd.

Jezus Sirach 24:16
Ik heb een goede reuk van mij gegeven, gelijk als kaneel en gelijk een reukbal, en gelijk uitgelezen mirre.

Jezus Sirach 24:18
Ik heb mijn takken uitgestrekt gelijk een terpentijnboom, en mijn takken zijn heerlijk en aangenaam.

Jezus Sirach 24:19
Ik heb, gelijk een wijnstok uitspruitende, een goede reuk voortgebracht, en mijn bloemen zijn een vrucht der heerlijkheid en des rijkdoms.

Jezus Sirach 24:20
Ik ben een moeder der schone liefde, en der vrees, en der kennis, en der heilige hoop;

Jezus Sirach 24:26
Al deze dingen leert het boek des verbonds van God de Allerhoogste, de wet, welke Mozes bevolen heeft tot een erfdeel in de vergaderingen van Jakob, zeggende: Bezwijkt niet, maar zijt sterk in de Here, opdat hij u krachtig make; kleeft hem aan; de Almachtige Here is alleen God, en daar is geen Zaligmaker benevens hem.

Jezus Sirach 24:29
Die de leer der kennis doet uitschijnen gelijk een licht, en gelijk de Gihon in de tijd wanneer men de druiven leest.

Jezus Sirach 24:31
Want meer dan de zee zijn haar gedachten vermenigvuldigd, en haar raad dan een grote afgrond.

Jezus Sirach 24:32
Ik, de Wijsheid, ben gelijk een gedolven gracht van een rivier;

Jezus Sirach 24:33
En gelijk een waterloop ben ik uitgegaan in het paradijs.

Jezus Sirach 24:35
En ziet de gedolven gracht is mij geworden tot een rivier, en mijn rivier is geworden tot een zee.

Jezus Sirach 24:37
Want ik giet lering uit gelijk een profetie, en laat ze, na tot eeuwige geslachten.

Jezus Sirach 25:4
Namelijk een arme, die hovaardig is, en een rijke, die een leugenaar is, en een oude die een overspeler is, en aan verstand afgenomen heeft.

Jezus Sirach 25:6
Wat een schone zaak is het dat grijze haren zitten om te oordelen, en dat oude mannen kennis hebben tot raad?

Jezus Sirach 25:8
Grote ervarenheid is een kroon der ouden, en hun roem is de vreze des Heren.

Jezus Sirach 25:10
Een mens die verheugd wordt aan zijn kinderen, terwijl hij nog leeft, en die de val zijner vijanden ziet.

Jezus Sirach 25:11
Hij is zalig die bij een verstandige vrouw woont, en die met de tong niet struikelt, en die niet dient degene, die zijns niet waardig is.

Jezus Sirach 25:17
Alle plaag is te verdragen, maar niet de plaag des harten, en alle boosheid, doch niet de boosheid van een vrouw;

Jezus Sirach 25:20
Ik heb liever te wonen bij een leeuw en draak, dan te wonen bij een boze vrouw.

Jezus Sirach 25:21
De boosheid van een vrouw verandert haar aangezicht, en verdonkert haar aangezicht, dat zij ziet gelijk een beer.

Jezus Sirach 25:23
Alle boosheid is klein tegen de boosheid van een vrouw; en het lot des zondaars valle haar toe.

Jezus Sirach 25:24
Gelijk een zandachtige opgang voor de voeten van een oud man, alzo is een klapachtige vrouw voor een stil man.

Jezus Sirach 25:25
Geef u niet over aan de schoonheid van een vrouw, en begeer geen vrouw tot wellust.

Jezus Sirach 25:26
Toorn en onbeschaamdheid en grote schande is bij een vrouw, indien zij haar man toereikt dat hij van node heeft.

Jezus Sirach 25:27
Een boze vrouw veroorzaakt een neergebogen hart, en een droevig aangezicht, en een harteplaag.

Jezus Sirach 25:31
Gaat zij niet naar uw hand, zo snijd haar af van uw vlees, geef een scheidbrief en laat haar gaan.

Jezus Sirach 26:1
GELUKKIG is de man, die een goede vrouw heeft; het getal zijner dagen wordt dubbel.

Jezus Sirach 26:2
Een kloeke vrouw verheugt haar man, en vervult de jaren zijns levens met vrede.

Jezus Sirach 26:3
Een goede vrouw is een goed erf deel, en wordt tot een deel gegeven degenen, die de Here vrezen.

Jezus Sirach 26:4
En het hart van zo'n man is goed tot de Here. hetzij dat hij rijk of arm is, altijd hebben zij een vrolijk aangezicht en zijn blijmoedig.

Jezus Sirach 26:7
Maar een vrouw die op een andere vrouw jaloers is, en met de tong geselt, en bij allen overbrengt, die is een hartzeer en droefheid.

Jezus Sirach 26:8
Een boze vrouw is gelijk een juk ossen dat ginds en weer bewogen wordt; wie ze neemt, is gelijk degene, die een schorpioen aangrijpt.

Jezus Sirach 26:9
Een dronken vrouw, en die ginds en weer loopt veroorzaakt grote toorn, en kan haar schande niet bedekken.

Jezus Sirach 26:10
De hoererij van een vrouw wordt bekend aan de verheffingen der ogen en aan haar wenkbrauwen.

Jezus Sirach 26:11
Bewaar een onbeschaamde dochter zeer nauw, opdat zij niet, wanneer zij ruimte vindt, deze voor zich gebruikt.

Jezus Sirach 26:13
Gelijk een reizende man dorstende, de mond opent als hij een fontein vindt, en van alle water dat nabij is drinkt, zo zal zij zich tegenover elke paal nederzetten en de pijlkoker voor de pijl opendoen.

Jezus Sirach 26:15
Een vrouw die weinig spreekt, en van een goed gemoed is, is een gave des Heren, en daar is niets waartegen men een wel onderwezen ziel verwisselen kan.

Jezus Sirach 26:16
Een schaamachtige en getrouwe vrouw, is genade op genade, en daar is geen ding van zulk gewicht dat waardig is haar kuise ziel.

Jezus Sirach 26:17
Gelijk de zon opgaande in de hoogste plaatsen des Heren, zo is ook de schoonheid van een goede vrouw in het sieraad van haar huis.

Jezus Sirach 26:19
Gelijk gouden pilaren op zilveren voetstukken, zo zijn ook haar schone voeten aan een vaste borst.

Jezus Sirach 26:21
Als gij uit alle velden een vruchtbaar deel zult uitgezocht hebben, zo zaai uw eigen zaad, vertrouwende op uw edel geslacht.

Jezus Sirach 26:23
Een vrouw die loon neemt, wordt een mestvarken gelijk geacht, maar die een man heeft, zal een toren des doods geacht worden, degenen die haar gebruiken.

Jezus Sirach 26:24
Een goddeloze vrouw zal de onrechtvaardige tot een deel gegeven worden, maar een godvrezende vrouw wordt gegeven hem, die de Here vreest.

Jezus Sirach 26:25
Een schandelijke vrouw wrijft haar man oneer aan; maar een eerbare dochter zal ook de man ontzien.

Jezus Sirach 26:26
Een onbeschaamde vrouw zal geacht worden als een hond, maar die schaamte heeft, zal de Here vrezen.

Jezus Sirach 26:27
Een vrouw, die haar eigen man eert, zal door allen voor wijs gehouden worden, maar die de man onteert, zal van allen gekend worden, dat zij door hovaardigheid goddeloos is.

Jezus Sirach 26:28
Gelukzalig is de man die een goede vrouw heeft, want het getal zijner jaren zal dubbel zijn.

Jezus Sirach 26:29
Een vrouw die groot getier maakt, en de tong dapper weet te roeren, zal beschouwd worden als bekwaam tot afwering der vijanden; en een ieders mensen ziel, die deze in zeden gelijk is, zal zijn leven in de oproeren des krijgs overbrengen.

Jezus Sirach 26:31
Als een krijgsman ten laatste armoe gaat lijden; en indien verstandige mannen als drek geacht worden;

Jezus Sirach 26:33
Een koopman is nauwelijks vrij van mishandeling; en een waard zal niet gerechtvaardigd worden van zonde.

Jezus Sirach 27:1
VELEN hebben gezondigd om een middelmatige zaak, en die zoekt zijn goed te vermeerderen, zal zijn oog afwenden.

Jezus Sirach 27:2
Gelijk een nagel tussen de voegen der stenen vastgestoken wordt, zo ook zal de zonde tussen verkopen en kopen worden gewreven.

Jezus Sirach 27:4
Als men een zeef schudt, zo blijft de vuiligheid daarin; zo blijft des mensen vuiligheid in zijn uitspraak.

Jezus Sirach 27:8
Indien gij hetgeen recht is najaagt, zo zult gij het achterhalen, en zult het aantrekken als een lange heerlijke tabberd.

Jezus Sirach 27:10
Een leeuw loert op de jacht, zo loert de zonde op degenen, die boosheid werken.

Jezus Sirach 27:19
Want gelijkerwijs een mens zijn vijand verliest, zo heeft hij zijn naaste verloren.

Jezus Sirach 27:20
En gelijk alsof gij een vogel uit uw hand losgelaten hadt, zo hebt gij uw naaste verlaten, en zult hem niet weder vangen.

Jezus Sirach 27:21
Volg hem niet, want hij is verre van u weg, en is het ontvloden gelijk een ree uit de strik.

Jezus Sirach 27:22
Want een wond kan men verbinden, en voor een scheldwoord is verzoening, maar die heimelijke zaken openbaart, heeft zijn geloof verloren.

Jezus Sirach 27:25
Ik haat zulk een zeer, en vergelijk niemand bij hem, en de Here zal hem haten.

Jezus Sirach 27:26
Wie een steen in de hoogte werpt, die werpt hem op zijn eigen hoofd; zo maakt ook een bedriegelijke slag de wond wijd.

Jezus Sirach 27:27
Wie een kuil graaft, die zal daarin vallen, en die een strik voor anderen legt, zal daarmee gevangen worden.

Jezus Sirach 27:29
De hovaardigen bespotten en verwijten, en de wraak loert op hen gelijk een leeuw.

Jezus Sirach 27:30
Die zich verheugen in de val der godvrezenden zullen in een strik gevangen worden, en smart zal hen verteren voor hun dood; haat en toorn en dergelijke zijn gruwelen, en een zon daar zal daarmee bevangen worden.

Jezus Sirach 28:4
En hij heeft geen barmhartigheid over een mens die hem gelijk is, en bidt om zijn zonden.

Jezus Sirach 28:9
Onthoud u van strijd, en gij zult de zonden verminderen, want een toornig mens ontsteekt de strijd.

Jezus Sirach 28:10
Een zondaar ontroert vrienden, en onder degenen die vrede hebben, werpt hij laster in.

Jezus Sirach 28:12
Een haastige twist ontsteekt het vuur, en een haastend gevecht vergiet bloed.

Jezus Sirach 28:13
Indien gij in een vonk blaast, zo zal zij branden, maar indien gij daarop spuwt, zo zal zij uitgaan; en dit komt beide uit uw mond.

Jezus Sirach 28:14
Vervloek een oorblazer, en een tweetongig mens want zij hebben velen verdorven, die in vrede leefden.

Jezus Sirach 28:23
Want haar juk is een ijzeren juk, en haar banden zijn metalen banden.

Jezus Sirach 28:24
Haar dood is een boze dood, en het graf is nuttiger dan zij.

Jezus Sirach 28:27
Zij zal over hen gezonden worden als een leeuw, en gelijk een luipaard zal zij ze verwoesten.

Jezus Sirach 28:29
Bind uw goud en uw zilver tezamen, en maak voor uw woorden een weegschaal, en voor uw mond een deur en grendel.

Jezus Sirach 29:8
Maar indien niet, zo berooft hij hem van zijn geld, en maakt hem tot een vijand zonder oorzaak.

Jezus Sirach 29:13
Verlies uw geld om uws vriends en broeders wil, en verberg dat niet onder een steen tot verderfenis.

Jezus Sirach 29:16
Zij zal meer dan een sterk schild, en meer dan een harde spies, tegen uw vijand voor u strijden.

Jezus Sirach 29:17
Een goed man zal voor zijn naaste borg worden, maar die de schaamte verloren heeft, zal hem verlaten.

Jezus Sirach 29:19
De zondaar keert een goede borgschap om.

Jezus Sirach 29:20
De zondaar, wanneer men voor hem borg geworden is, zal vlieden, en een onnut mens zal in zijn. gedachten verlaten degene, die hem verlost heeft.

Jezus Sirach 29:21
Borgschap heeft er velen verdorven, die welgesteld waren, en heeft hen bewogen gelijk een golf der zee.

Jezus Sirach 29:23
Een zondaar overtredende de geboden des Heren zal in borgschap vervallen, en die aanneming van zware werken najaagt, zal in het gericht vallen.

Jezus Sirach 29:25
Het voornaamste van het leven des mensen is water en brood en een kleed, en een huis dat bedekt hetgeen niet wel voegt.

Jezus Sirach 29:26
Het leven des armen onder een deksel van planken, is beter dan heerlijke spijs onder de vreemden.

Jezus Sirach 29:27
Heb een welbehagen zo wel aan het kleine als aan het grote, opdat gij niet hoort het verwijt van uw huis.

Jezus Sirach 29:28
Het is een ellendig leven uit het ene huis in het andere te vertrekken, want waar gij bij wonen zult, daar zult gij de mond niet durven opendoen.

Jezus Sirach 29:32
Deze dingen zijn zwaar voor een die verstand heeft. De bestraffing vanwege het huis, en het verwijt van die hem geleend heeft.

Jezus Sirach 30:4
Is zijn vader gestorven, zo is het alsof hij niet gestorven ware, want hij heeft achter zich gelaten een die hem gelijk is.

Jezus Sirach 30:6
Hij heeft een nagelaten, die zich aan de vijanden wreken zal, en de vrienden weder dankbaar zal zijn.

Jezus Sirach 30:8
Een ongetemd paard wordt wrevelig, en een ongebonden zoon wordt moedwillig.

Jezus Sirach 30:12
Buig hem zijn hals in de jeugd, en breek zijn lendenen, terwijl hij nog een kind is, opdat hij niet te eniger tijd verhard zijnde, u ongehoorzaam, en uw ziel een smart zij.

Jezus Sirach 30:14
Een arme die gezond en sterk van lijf en leden is, die is beter dan een rijke die aan zijn lichaam geslagen is.

Jezus Sirach 30:15
Gezondheid en welgesteld te zijn van lichaam, is beter dan al het goud, en een goed sterk lichaam dan onmetelijke rijkdom.

Jezus Sirach 30:17
De dood is beter dan een bittere leven, of bijblijvende zwakheid.

Jezus Sirach 30:18
Opgesloten goederen bij een gesloten mond zijn gelijk spijsgerechten bij een graf gelegd.

Jezus Sirach 30:20
Hij ziet de ogen, en zucht gelijk een gesnedene, die een maagd omvat, en zucht.

Jezus Sirach 30:26
Een lustig en goed hart is bezorgd over de spijzen, die hij eten zal.

Jezus Sirach 31:2
Deze wakende bekommernis vereist sluimeren, maar de slaap ontnuchtert een zware krankheid.

Jezus Sirach 31:7
Het is een hout des aanstoots degenen die het offeren, en alle onwijze wordt daardoor gevangen.

Jezus Sirach 31:10
Wie is daardoor beproefd en volmaakt bevonden? en hij zal zijn tot een roem. Wie heeft kunnen overtreden, en heeft niet overtreden? en kwaad doen, en heeft het niet gedaan?

Jezus Sirach 31:12
Als gij aan een grote tafel zit, zo doe uw keel over deze niet wijd open;

Jezus Sirach 31:14
Gedenk dat een nijdig oog een kwaad ding is.

Jezus Sirach 31:15
Is er wat bozer geschapen dan zulk een oog? daarom weent het vanwege al hetgeen dat het ziet.

Jezus Sirach 31:18
Eet gelijk een mens van hetgeen u voorgezet wordt, en zijt niet vraatzuchtig, opdat gij niet gehaat wordt.

Jezus Sirach 31:21
Hoe weinig is genoeg voor een mens die wel onderwezen is; en hij hijgt niet op zijn bed, hij heeft een gezonde slaap, met een matig ingewand, hij staat des morgens vroeg weder op, en zijn vernuft is bij hem.

Jezus Sirach 31:22
Moeilijk waken, en buikpijn, en pijn in de darmen, is bij een onverzadelijk mens.

Jezus Sirach 31:31
Wat voor een leven heeft hij die het aan wijn ontbreekt? Want hij is geschapen om de mensen te verheugen.

Jezus Sirach 32:1
HEBBEN zij u tot een overste gesteld, verhef u niet, maar wees bij hen als een van henlieden.

Jezus Sirach 32:3
En doe al wat nodig is te doen, en als gij zult geprezen zijn, zo rust, opdat gij van hunnentwege verheugd zijt, en om wel versierd te wezen een kroon moogt ontvangen.

Jezus Sirach 32:6
De samenstemming der muzikanten in een wijngelag is gelijk een zegel van een karbonkel op een gulden sieraad.

Jezus Sirach 32:7
Het gezang der muzikanten bij zoete wijn, is als een zegel in een smaragd op een gulden stuk werk.

Jezus Sirach 32:9
Maak uw rede kort, zeg met weinig woorden veel; wees gelijk als een die verstaat en evenwel zwijgt.

Jezus Sirach 32:11
De bliksem gaat haast voor de donder heen, en voor een eerbaar mens gaat aangenaamheid.

Jezus Sirach 32:17
Die de Here vrezen, zullen vinden dat recht is, en zullen gerechtigheden aansteken als een licht.

Jezus Sirach 32:18
Een goddeloos mens ontwijkt de bestraffing, en naar zijn wil vindt hij uit hetgeen hem behaagt.

Jezus Sirach 32:19
Een welberaden man veracht de bedenking niet, maar een vreemde en hovaardige is voor vrees niet vervaard, en nadat hij iets gedaan heeft, is hij bij zichzelf zonder raad.

Jezus Sirach 32:23
Vertrouw uzelf in alle goede werken, want ook dat is een onderhouding der geboden.

Jezus Sirach 33:2
Een wijs man zal de wet niet haten maar wie daarin geveinsd is, die is gelijk als een schip in een storm van vele baren.

Jezus Sirach 33:3
Een verstandig mens vertrouwt de wet, en de wet is hem getrouw.

Jezus Sirach 33:5
Het binnenste van de zot is gelijk het rad aan een wagen, en zijn overlegging is gelijk een as die omloopt.

Jezus Sirach 33:6
Een vriend, die een bespotter is, is gelijk een springhengst, hij briest onder een ieder, die op hem zit.

Jezus Sirach 33:15
Gelijk het goede staat tegen het kwade, en het leven tegen de dood, zo staat de godvrezende tegen de zondaar, zo ook de zondaar tegen de godvrezende man; en ingelijks, aanschouw al de werken des Allerhoogsten, zij zijn alle twee, het een tegen het ander.

Jezus Sirach 33:16
En ik ben de laatste ontwaakt gelijk een die achter de wijnlezers de druiven naleest, nochtans ben ik door de zegen des Heren bevorderd, en heb de wijnpers gevuld gelijk een wijnlezer.

Jezus Sirach 33:19
Geef uw zoon een vrouw, broeder en vriend geen macht over u, zo lang gij leeft, en geef uw goederen aan geen ander, opdat gij niet berouw hebbende daarom behoeft te smeken.

Jezus Sirach 33:24
Voor een ezel behoort voeder, en een stok en last; voor een huisknecht spijs, en tuchtiging, en werk.

Jezus Sirach 33:26
Het juk en touw buigen voor de hals van een os, maar de pijnbank en pijniging zijn voor een kwade huisknecht.

Jezus Sirach 33:30
Hebt gij een huisknecht, dat hij u zij gelijk uw ziel, omdat gij hem door bloed verkregen hebt; zo gij een huisknecht hebt, behandel hem gelijk een broeder, want hij is gelijk uw ziel, gij zult hem behoeven.

Jezus Sirach 34:1
DE hoop van een onverstandige man is ijdel en leugenachtig, en dromen maken vleugelen voor de onwijze.

Jezus Sirach 34:2
Gelijk een die naar de schaduw grijpt, en de winden najaagt, zo is hij die de dromen gadeslaat.

Jezus Sirach 34:9
Een man, die gedwaald heeft, weet vele dingen, en die veel ervaren heeft, zal verstandige dingen verhalen.

Jezus Sirach 34:17
De ogen des Heren zien op degenen die hem liefhebben; hij is hun een krachtig schild en sterk steunsel; een bescherming tegen de hitte, en een bescherming tegen de middag; een bewaring voor de aanstoot, en een hulp tegen de val.

Jezus Sirach 34:21
Hij slacht de zoon in tegenwoordigheid van zijn vader, die een slachtoffer toebrengt van het geld der armen.

Jezus Sirach 34:22
Het brood der behoeftigen is het leven der armen, wie hen daarvan berooft, is een doodslager.

Jezus Sirach 34:25
Als de een bouwt en de andere afbreekt, wat winnen zij meer dan moeite?

Jezus Sirach 34:26
Als de een bidt en de andere vloekt, wiens stem zal de Here verhoren?

Jezus Sirach 34:27
Als iemand is gewassen nadat hij een dode heeft aangeraakt, en die weder aanraakt, welke nuttigheid heeft hij van zijn wassing?

Jezus Sirach 34:28
Zo is het met een mens die vast vanwege zijn zonden, en weder heengaat en hetzelfde doet; wie zal zijn gebed verhoren? en wat is hij daarmee gevorderd dat hij zichzelf vernederd heeft?

Jezus Sirach 35:1
WIE de wet bewaart, die doet offeranden genoeg; wie op de geboden acht heeft, die offert een slachtoffer des heils.

Jezus Sirach 35:2
Wie een weldaad vergeldt, is gelijk die meelbloem offert, en wie een aalmoes doet, die offert een dankoffer.

Jezus Sirach 35:8
Verheerlijk de Here met een goed oog, en verminder de eerstelingen uwer handen niet.

Jezus Sirach 35:9
Heb een vrolijk aangezicht in al uw gaven, en heilig uw tiende met verheuging.

Jezus Sirach 35:10
Geef de Allerhoogste naar hetgeen hij u gegeven heeft, en met een goed oog hetgeen uw hand gevonden heeft.

Jezus Sirach 35:11
Want de Here is een vergelden, en hij zal het zevenvoudig vergelden.

Jezus Sirach 35:13
Want de Here is een rechter, en bij hem is geen achting des aangezichts.

Jezus Sirach 36:11
Die behouden is geweest, wordt door een vurige toorn verslonden, en die uw volk kwellen, laat die het verderf vinden.

Jezus Sirach 36:19
Verhoor, Here, de smekingen uwer knechten, naar de zegen van Aäron over uw volk, en allen die op aarde wonen zullen bekennen dat gij een Here der eeuwen zijt.

Jezus Sirach 36:21
De keel smaakt de spijs van het wildbraad, zo onderkent een verstandig hart leugenachtige redenen.

Jezus Sirach 36:22
Een verdraaid hart zal droefheid geven, maar een mens, die veel ervaren heeft, zal hem vergelden.

Jezus Sirach 36:23
Een vrouw neemt iedere man aan, maar de ene dochter is schoner dan de andere.

Jezus Sirach 36:26
Die een goede vrouw krijgt, die begint goederen te bezitten, aangezien hij een hulp heeft, die hem gelijk is, en een pilaar waar hij op rusten mag.

Jezus Sirach 36:28
Want wie zal een toegeruste moordenaar betrouwen, die uit de ene stad in de andere sluipt; zo betrouwt men een mens niet, die geen nest heeft, en neemt herberg waar hij ook des avonds is.

Jezus Sirach 37:2
Blijft de droefheid niet tot de dood toe wanneer een metgezel en een vriend tot vijanden worden?

Jezus Sirach 37:4
Een metgezel leeft met zijn vriend in verheuging, en in de tijd van verdrukking zal hij hem tegen zijn.

Jezus Sirach 37:5
Een metgezel arbeidt met zijn vriend om des buiks wil, en neemt een schild tegen de vijand.

Jezus Sirach 37:8
Een ieder die raad geeft, verheft zijn raad, maar menigeen geeft voor zichzelf raad.

Jezus Sirach 37:12
Noch met een vrouw, aangaande degene waartegen zij jaloers is; noch met een vreesachtige over de oorlog; noch met een koopman over de wissel; noch met degene, die koopt over de verkoop; noch met een nijdig mens over de dankbaarheid, noch met een onbarmhartige over de weldadigheid; noch met een luie over enig werk; noch met een huurling, die gij een jaar gehuurd hebt over de voleinding van het werk, noch met een trage huisknecht over veel arbeid.

Jezus Sirach 37:13
Acht op deze niet in een van al uw beraadslagingen, maar houdt u steeds bij een godvrezende man, van wie gij weet dat hij de geboden des Heren bewaart, die gezind is gelijk gij, en indien gij zoudt komen te struikelen, die met u bedroefd is.

Jezus Sirach 37:15
Want de ziel van de man pleegt somtijds wat beters te verkondigen, dan zeven wachters die op een hoge wachttoren zitten.

Jezus Sirach 37:18
Het aangezicht is een teken van de verandering der vreugde.

Jezus Sirach 37:20
Daar is menig arglistig man, een onderwijzer van velen, en hij is zijn ziel niet nut.

Jezus Sirach 37:24
Een wijs man onderwijst zijn eigen volk, en de vruchten van zijn verstand zijn gewis.

Jezus Sirach 37:25
Een wijs man zal vervuld worden met zegen, en allen die hem zien, zullen hem gelukzalig prijzen.

Jezus Sirach 37:26
Het leven van een man heeft een getal der dagen, maar de dagen van Israël zijn ontelbaar.

Jezus Sirach 37:27
Een wijze zal heerlijkheid beërven onder zijn volk, en zijn naam zal in eeuwigheid blijven.

Jezus Sirach 38:4
De Here heeft de medicijnen uit de aarde geschapen, en een voorzichtig man verontwaardigt ze niet.

Jezus Sirach 38:5
Is het water niet zoet geworden van een hout, opdat zijn kracht door de mens zou gekend worden?

Jezus Sirach 38:11
Geef de Here een welriekende reuk, en een gedachtenis van meelbloem, en breng hem een vette offerande, als die niet eerst begint, en geef de geneesheer plaats.

Jezus Sirach 38:13
Daar is mischien een tijd, dat er in hun handen een goede reuk is.

Jezus Sirach 38:16
Mijn kind over een dode laat tranen vallen, en begin te wenen als die zware dingen geleden hebt; doch omwind zijn lichaam naar behoren, en veracht zijn begrafenis niet.

Jezus Sirach 38:18
En, maak de rouw naar zijn waardigheid, een dag of twee, om der lastering wil, en troost u vanwege de droefenis.

Jezus Sirach 38:20
Als er kwaad wordt ingevoerd, blijft ook de droefheid, en het leven van een arme is een vervloeking des harten.

Jezus Sirach 38:25
De wijsheid van een schriftgeleerde wordt verkregen door de goede gelegenheid van de ledige tijd, en wie verzuimachtig is in zijn handeling, die zal niet wijs worden.

Jezus Sirach 38:30
Zulk een begeeft zijn hart om de schilderij na te maken, en waakt om het werk te voleinden.

Jezus Sirach 38:31
Zo ook een smid, die nabij het aanbeeld zit, en slaat het ijzerwerk gade; de damp van het vuur versmelt zijn vlees, en hij heeft met de hitte des ovens te strijden.

Jezus Sirach 38:34
Desgelijks een pottenbakker zit op zijn werk, en drijft met zijn voeten het wiel om; welke altijd bezorgd is over zijn werk, en al zijn arbeid heeft zijn getal.

Jezus Sirach 38:35
Met zijn arm geeft hij het leem een gestalte, en voor zijn voeten buigt hij zijn hardheid.

Jezus Sirach 39:9
Hij zal de woorden zijner wijsheid als een regen uitgieten, en in zijn gebed dankt hij de Here.

Jezus Sirach 39:15
Indien hij in het leven blijft, zo zal hij een betere naam nalaten dan duizend anderen; en indien hij komt te rusten, zo verkrijgt hij die voor zich.

Jezus Sirach 39:17
Gij heiligen hoort mij, en spruit uit gelijk een roos, die geplant is aan een stromend water;

Jezus Sirach 39:18
En brengt een bloem voort gelijk een lelie; geeft een reuk van u, en zingt een lofzang.

Jezus Sirach 39:21
Door zijn woord stond het water gelijk een hoop, en door het woord van zijn mond de boezem der wateren.

Jezus Sirach 39:26
Zijn zegen bedekt de aarde gelijk een rivier, en gelijk een watervloed het droge land dronken maakt;

Jezus Sirach 39:30
Het voornaamste dat tot het leven des mensen nodig is, is water, en vuur, en ijzer, en zout, en tarwemeel, en melk en honig, druivenbloed, en olie, en een kleed.

Jezus Sirach 40:1
VOOR een ieder mens is een grote onrust geschapen en een zwaar juk op de kinderen van Adam; van die dag af dat zij uit hun moeders lichaam gekomen zijn, tot op de dag dat zij wederkeren in de moeder van allen.

Jezus Sirach 40:4
Zo wel bij hem, die een purperen kleed en een kroon draagt, als bij degene, die met grof lijnwaad gekleed is.

Jezus Sirach 40:7
Hij wordt ontroerd door het gezicht van zijn hart, gelijk een die uit de krijg ontvloden is, en ontwakende in de tijd zijner behoudenis, is hij verwonderd dat hij om niet gevreesd heeft.

Jezus Sirach 40:12
De goederen der onrechtvaardigen zullen als een stroom uitdrogen, en gelijk een grote donder met regen zal God geluid daartegen geven.

Jezus Sirach 40:14
De nakomelingen der goddelozen zullen niet vele takken uitschieten, want de onreine wortelen liggen op een steile steenrots.

Jezus Sirach 40:15
Hun groente aan alle water en oever van een stroom zal voor alle ander gras uitgeplukt worden.

Jezus Sirach 40:16
Weldadigheid is gelijk een lusthof met zegeningen, en aalmoes blijft in eeuwigheid.

Jezus Sirach 40:17
Het leven desgenen, die zich genoegen laat, en des arbeiders, is zoet, maar die een schat vindt gaat beide te boven.

Jezus Sirach 40:20
De fluit en het snarenspel geven een zoete toon, maar een liefelijke tong meer dan beide.

Jezus Sirach 40:22
Een vriend en zijn gezel komen elkander tegemoet ter ge legener tijd, maar een vrouw met haar man meer dan beide.

Jezus Sirach 40:23
Broeders en hulp zijn goed in de tijd der verdrukking, maar een aalmoes verlost meer dan beide.

Jezus Sirach 40:27
De vreze des Heren is gelijk een gezegende lusthof, en boven alle heerlijkheid bedekt hij die.

Jezus Sirach 40:29
Een man die naar een vreemde tafel ziet, diens leven is voor geen leven te rekenen; hij besmet zijn ziel met vreemde spijzen.

Jezus Sirach 40:30
Maar een verstandig man. en die onderwezen is, wacht zich daarvan.

Jezus Sirach 40:31
In de mond des onbeschaamden is de bedelarij zoet, maar in zijn buik zal een vuur branden.

Jezus Sirach 41:1
O dood, hoe bitter is de gedachtenis van u, voor een mens, die in vrede leeft bij zijn goederen.

Jezus Sirach 41:2
Voor een man die goede rust heeft, en die het welgaat in alles, en nog sterk is om spijs te nemen.

Jezus Sirach 41:3
O dood, uw oordeel is aangenaam voor een mens, die behoeftig is en die aan sterkte afgenomen heeft.

Jezus Sirach 41:4
Voor een die in zijn uiterste ouderdom is, en omtrent alle dingen bezig is, en zichzelf mistrouwt, en de lijdzaamheid verloren heeft.

Jezus Sirach 41:10
Een goddeloze vader schelden zijn kinderen, overmits zij om zijnentwil gesmaad worden.

Jezus Sirach 41:12
Want indien gij vermenigvuldigt, het is tot verderfenis, en indien gij geboren wordt, zo wordt gij tot een vloek geboren, en indien gij sterft, zo wordt gij de vloek tot een deel.

Jezus Sirach 41:15
Draag zorg om een goede naam te verkrijgen, want die zal u bijblijven meer dan duizend grote schatten gouds.

Jezus Sirach 41:16
Een goed leven heeft een. zeker getal der dagen, maar een goede naam blijft in eeuwigheid.

Jezus Sirach 41:18
De wijsheid, die verborgen is, en een schat, die niet te voorschijn komt, wat nuttigheid heeft men van beide?

Jezus Sirach 41:19
Een