Vindplaatsen van het woord farao in de apocriefe geschriften (6 verzen):
3 Ezra 1:25
En na al deze daden van Josia, is het geschied, dat Farao de koning van Egypte kwam, en oorlog verwekte te Karchamis bij de Eufraat gelegen; en Josia trok uit hem tegemoet.
4 Ezra 1:10
Ik heb vele koningen om hunnentwil uitgeroeid; ik heb Farao met zijn knechten, en zijn gehele leger geslagen.
Jezus Sirach 16:15
Maak plaats voor allerlei aalmoezen, want een ieder zal vinden naar zijn werken. De Here heeft Farao verhard, dat hij hem niet kende, opdat zijn werken zouden bekend worden bij het geslacht onder de hemel; zijn barmhartigheid is alle schepselen openbaar, en zijn licht en duisternis heeft hij onderscheiden met een diamantsteen.
1 Makkabeeën 4:9
Gedenkt hoe onze vaderen zijn behouden in de Rode Zee toen Farao met grote macht hen vervolgde.
3 Makkabeeën 2:6
Gij hebt de trotse Farao, die uw heilig volk Israël in dienstbaarheid gebracht had, met verscheidene en vele straffen beproefd, en uw mogendheid zo bekend gemaakt.
3 Makkabeeën 6:3
Gij hebt Farao, die vele wagens had, en in vorige tijden heer was van dit Egypte (als hij zich verhief met een onbarmhartige stoutheid, en met een grootsprekende tong) in de zee gestort met zijn hovaardige heerkracht en verdelgd, en het geslacht Israëls een licht van uw barmhartigheid betoond.
Statenvertaling on line - bijbel en kunst