Vindplaatsen van het woord fijn in de apocriefe geschriften (3 verzen):

3 Ezra 8:58
En twintig gouden schalen, en twaalf koperen vaten van fijn koper, blinkende gelijk goud.

Boek der Wijsheid 7:22
Want in haar is een geest die verstandig is, heilig, enig, menigvuldig, fijn, vaardig, rein, onbesmet, klaar, zacht, beminnende het goed, scherp, die niet kan verhinderd worden, weldadig.

Baruch 6:7
Want hun tong is van de werkmeester wel fijn gesneden, en zij zijn rondom met goud en zilver versierd, maar zij zijn leugenachtig en kunnen niet spreken.