Vindplaatsen van het woord ijs in de apocriefe geschriften (5 verzen):
Boek der Wijsheid 16:22
Ook bleef sneeuw en ijs onder het vuur, en versmolt niet, opdat zij zouden erkennen dat het vuur brandende in de hagel en bliksemende in de regen, het gewas der vijanden verdorven had.
Boek der Wijsheid 19:20
Wederom de vlammen verzengden niet het vlees der zeer licht verderfelijke beesten, wandelende in het midden derzelve, en die als ijs licht smeltende hemelse spijs versmolt niet.
Jezus Sirach 3:17
In de dag der verdrukking zal aan u gedacht worden, gelijk schoon weder het ijs, zo zullen uw zonden versmelten.
Jezus Sirach 43:22
Wanneer de koude noordenwind blaast, en het water tot ijs bevriest, zo zet hij zich op alle vergadering van het water neder, en trekt het water gelijk als een pantser aan.
Gezang in de vuuroven (Dan. 3) 1:72
IJs en sneeuw looft de Here, prijst en roemt hem in der eeuwigheid.
Statenvertaling on line - bijbel en kunst