Vindplaatsen van het woord ieder in het nieuwe testament (11 verzen):

Mattheüs 7:17
Alzo een ieder goede boom brengt voort goede vruchten, en een kwade boom brengt voort kwade vruchten.

Mattheüs 7:19
Een ieder boom, die geen goede vrucht voortbrengt, wordt uitgehouwen en in het vuur geworpen.

Mattheüs 12:25
Doch Jezus, kennende hun gedachten, zeide tot hen: Een ieder koninkrijk, dat tegen zichzelf verdeeld is, wordt verwoest; en een iedere stad, of huis, dat tegen zichzelf verdeeld is, zal niet bestaan.

Mattheüs 20:9
En als zij kwamen, die ter elfder ure gehuurd waren, ontvingen zij ieder een penning.

Marcus 9:49
Want een ieder zal met vuur gezouten worden, en iedere offerande zal met zout gezouten worden.

Lukas 6:44
Want ieder boom wordt uit zijn eigen vrucht gekend; want men leest geen vijgen van doornen, en men snijdt geen druif van bramen.

Lukas 11:17
Maar Hij, kennende hun gedachten, zeide tot hen: Een ieder koninkrijk, dat tegen zichzelf verdeeld is, wordt verwoest; en een huis, tegen zichzelf verdeeld zijnde, valt.

Lukas 18:14
Ik zeg ulieden: Deze ging af gerechtvaardigd in zijn huis, meer dan die; want een ieder, die zichzelven verhoogt, zal vernederd worden, en die zichzelven vernedert, zal verhoogd worden.

Johannes 4:13
Jezus antwoordde, en zeide tot haar: Een ieder, die van dit water drinkt, zal wederom dorsten;

1 Korinthiërs 4:1
Alzo houde ons een ieder mens, als dienaars van Christus, en uitdelers der verborgenheden Gods.

Hebreeën 3:4
Want een ieder huis wordt van iemand gebouwd; maar Die dit alles gebouwd heeft, is God.