Vindplaatsen van het woord iederen in het oude testament (2 verzen):

Jozua 3:12
Nu dan, neemt gijlieden u twaalf mannen uit de stammen Israëls, uit iederen stam een man;

Ezechiël 16:31
Als gij uw verwelfsel bouwt aan het hoofd van iederen weg, en uw hoge plaats maakt in elke straat, en niet zijt geweest als een hoer, het hoerenloon beschimpende.