Vindplaatsen van het woord jacht in de apocriefe geschriften (3 verzen):

Jezus Sirach 13:22
Gelijk de wilde ezels der leeuwen jacht zijn in de woestijn, zo zijn de armen der rijken weide.

Jezus Sirach 27:10
Een leeuw loert op de jacht, zo loert de zonde op degenen, die boosheid werken.

1 Makkabeeën 3:4
Hij is in zijn werken een leeuw gelijk geworden, en als een jonge leeuw, die ter jacht loopt.