Vindplaatsen van het woord jissia in het oude testament (5 verzen):

1 Kronieken 12:6
Elkana, en Jissia, en AzareŽl, en Joezer, en Jasobam, de Korahieten;

1 Kronieken 23:20
Aangaande de kinderen van UzziŽl: Micha was het hoofd, en Jissia de tweede.

1 Kronieken 24:21
Aangaande Rehabja: van de kinderen van Rehabja was Jissia het hoofd.

1 Kronieken 24:25
De broeder van Micha was Jissia; van de kinderen van Jissia was Zecharja.

Ezra 10:31
En van de kinderen van Harim: EliŽzer, Jissia, Malchia, Semaja, Simeon.