Vindplaatsen van het woord juich in het oude testament (6 verzen):

Psalmen 60:10
Moab is mijn waspot; op Edom zal ik mijn schoen werpen! juich over mij, o gij Palestina!

Jesaja 12:6
Juich en zing vrolijk, gij inwoners van Sion! want de Heilige IsraŽls is groot in het midden van u.

Jesaja 54:1
Zing vrolijk, gij onvruchtbare, die niet gebaard hebt! maak geschal met vrolijk gezang, en juich, die geen barensnood gehad hebt! want de kinderen der eenzame zijn meer, dan de kinderen der getrouwde, zegt de HEERE.

Zefanja 3:14
Zing vrolijk, gij dochter Sions, juich, IsraŽl; wees blijde, en spring op van vreugde van ganser harte, gij dochter Jeruzalems!

Zacharia 2:10
Juich en verblijd u, gij dochter Sions; want zie, Ik kom, en Ik zal in het midden van u wonen, spreekt de HEERE.

Zacharia 9:9
Verheug u zeer, gij dochter Sions! juich, gij dochter Jeruzalems! Ziet, uw Koning zal u komen, rechtvaardig, en Hij is een Heiland; arm, en rijdende op een ezel, en op een veulen, een jong der ezelinnen.