Vindplaatsen van het woord jebus in het oude testament (4 verzen):

Richteren 19:10
Doch de man wilde niet vernachten, maar stond op, en trok weg, en kwam tot tegenover Jebus (dewelke is Jeruzalem), en met hem het paar gezadelde ezelen; ook was zijn bijwijf met hem.

Richteren 19:11
Als zij nu bij Jebus waren, zo was de dag zeer gedaald; en de jongen zeide tot zijn heer: Trek toch voort, en laat ons in deze stad der Jebusieten wijken, en daarin vernachten.

1 Kronieken 11:4
En David toog henen, en gans IsraŽl, naar Jeruzalem, welke is Jebus; want daar waren de Jebusieten, de inwoners des lands.

1 Kronieken 11:5
En de inwoners van Jebus zeiden tot David: Gij zult hier niet inkomen. David dan nog won den burg Sion, welke is de stad Davids.