Vindplaatsen van het woord jonathans in het oude testament (7 verzen):

1 SamuŽl 14:13
Toen klom Jonathan op zijn handen en op zijn voeten, en zijn wapendrager hem na; en zij vielen voor Jonathans aangezicht, en zijn wapendrager doodde ze achter hem.

2 SamuŽl 1:22
Van het bloed der verslagenen, van het vette der helden, werd Jonathans boog niet achterwaarts gedreven; en Sauls zwaard keerde niet ledig weder.

2 SamuŽl 9:1
En David zeide: Is er nog iemand die overgebleven is van het huis van Saul, dat ik weldadigheid aan hem doe, om Jonathans wil?

2 SamuŽl 9:7
En David zeide tot hem: Vrees niet, want ik zal zekerlijk weldadigheid bij u doen, om uws vaders Jonathans wil; en ik zal u alle akkers van uw vader Saul wedergeven; en gij zult geduriglijk brood eten aan mijn tafel.

1 Kronieken 8:34
En Jonathans zoon was Merib-baal, en Merib-baal gewon Micha.

1 Kronieken 9:40
En Jonathans zoon van Merib-baal, en Merib-baal gewon Micha.

Jeremia 38:26
Zo zult gij tot hen zeggen: Ik wierp mijn smeking voor des konings aangezicht neder, dat hij mij niet zou weder laten brengen in Jonathans huis, om aldaar te sterven.