Vindplaatsen van het woord jafia in het oude testament (5 verzen):
Jozua 10:3
Daarom zond Adoni-zedek, koning van Jeruzalem, tot Hoham, den koning van Hebron, en tot Pir-am, den koning van Jarmuth, en tot Jafia, den koning van Lachis, en tot Debir, den koning van Eglon, zeggende:
Jozua 19:12
En zij wendt zich van Sarid oostwaarts tegen den opgang der zon, tot de landpale van Chisloth-thabor, en zij komt uit te Dobrath, en gaat opwaarts naar Jafia.
2 Samuël 5:15
En Ibchar, en Elischua en Nefeg, en Jafia,
1 Kronieken 3:7
En Nogah, en Nefeg, en Jafia,
1 Kronieken 14:6
En Nogah, en Nefeg, en Jafia,
Statenvertaling on line - bijbel en kunst