Vindplaatsen van het woord kanašnietische in het oude testament (3 verzen):

Genesis 46:10
En de zonen van Simeon: JemuŽl, en Jamin, en Ohad, en Jachin, en Zohar, en Saul, de zoon ener Kanašnietische vrouw.

Exodus 6:14
En de zonen van Simeon: JemuŽl, en Jamin, en Ohad, en Jachin, en Zohar, en Saul, de zoon ener Kanašnietische; dit zijn de huisgezinnen van Simeon.

1 Kronieken 2:3
De kinderen van Juda zijn: Er, en Onan, en Sela; drie zijn er hem geboren van de dochter van Sua, de Kanašnietische; en Er, de eerstgeborene van Juda, was kwaad in de ogen des HEEREN; daarom doodde Hij hem.