Vindplaatsen van het woord kommer in het oude testament (3 verzen):

EzechiŽl 4:16
Daarna zeide Hij tot mij: Gij mensenkind, zie, Ik breek den staf des broods in Jeruzalem, en zij zullen het brood met gewicht en met kommer eten, en het water met zekere maat en met verbaasdheid drinken;

EzechiŽl 12:18
Mensenkind, gij zult uw brood eten met beven, en uw water zult gij met beroerte en met kommer drinken.

EzechiŽl 12:19
En gij zult tot het volk des lands zeggen: Alzo zegt de Heere HEERE, van de inwoners van Jeruzalem, in het land IsraŽls: Zij zullen hun brood met kommer eten, en hun water zullen zij met verbaasdheid drinken, omdat hun land woest zal worden van zijn volheid, vanwege het geweld van al degenen, die daarin wonen;